Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien men »trance" (in Schrifttaal: verrukking van zinnen) noemt en openbaarde zich de overleden vader door hem aan mij op de onmiskenbaarste wijze. Hij zeide mij goed te herkennen. Hij klaagde mij zijn diep ongelukkigen toestand, en jammerde op erbarmelijke wijze. Ik wees hem daarop zoo goed ik kon, op de ontfermende liefde Gods, waarvan wij ons vroeger zulke enge denkbeelden hadden gevormd, maar te vergeefs. Én eerst eenige dagen later, nadat hij tot ootmoedige belijdenis van zijn schuld tegenover zijn schoondochter was gekomen, vond hij rust, en niet slechts rust, maar ontving hij vergeving van God, werd hij met liefde en blijdschap overstroomd en in de eerste oorden der hemelsche zaligheid overgebracht. Het was een wonderheerlijke ure. "Wij loofden met elkander den Heer. Treffende beschrijving gaf hij ons van de zaligheid die hij nu genoot, van het schoone dat hij aanschouwde, van de ontmoeting met zijne overleden vrouw, en wat niet al meer! Toch wenschte ik in nnjn dwaasheid mij liever aan meerdere dergelijke ervaringen te onttrekken. Maar een dag of wat later kwam hij weder en liet mij roepen, omdat, zóoals hij zeide, hij mij iets gewichtigs had te zeggen. Het was op een zeer ongelegen oogenblik en eerst was ik weigerachtig om te komen. Doch ik gevoelde dat ik gaan moest. En welke was de boodschap die hij mij te brengen had? Deze: »Dominé, duizende zielen liggen voor uwe rekening; beloof mij dat u het hun zult aanzeggen zooals u het in mij ervaren hebt." Sedert is hij ons meermalen komen bezoeken. Eens zeide hij: »Zware wolken hangen over uwe hoofden, maar vreest niet, want God is met u." Na deze eerste manifestatiën hebben zich meerdere ongelukkige afgestorvenen uit dezelfde gemeente aan mij geopenbaard, sommigen in den allervreeselijksten toestand van wanhoop, weeklagend en knersetandend, vertwijfelend, hun stervenslijden weder doormakend, hun zonden verwenschende en in alle opzichten beantwoordend aan de voorstellingen die men in sommige boeken en platen vindt van de verdoemden in de hel. "Wat kon ik doen ? Ik zocht hen niet op. Ze zochten mij op Ze waren bij mij, soms voelde ik hun nabijheid, en als ik bij mijn vriend, het medium, kwam, openbaarden zij zich door hem, zonder eenig toedoen van zijne of mijne zijde, in den eersten tijd zonder eenige zitting of iets dergelijks. (*) Hoe

(") Hier moet ik op een kleine onnauwkeurigheid wijzen in het verhaal voorkomende in de Grenzen, jaargang 9, aflevering 4, pag. 432, regel 10 v. b. waar daar staat: «En nauwelijks nad hij met man en viouw de handen op de tafel gelegd." Dit is niet zoo. Er waren gansch geen handen op de tafel gelegd.

Sluiten