Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met hem wekken wij tot bedachtzaam beproeven op. Gelooft niet eiken geest, weest niet ligtgeloovig. Beproeft de geesten, of zij uit God zijn, of zij geloof verdienen. Zijn zij uit God, neemt hen dan aan.

Maar dat zij uit God zijn, behoort eerst vast te staan. Is het zeker van alle geesten, van alle predikers, leeraars, onderwijzers, dat zij de waarheid Gods verkondigen? Zijt gij verpligt, het van allen te gelooven? Vele valsche profeten zijn in de wereld uitgegaan, zeide Johannes. Waarom zouden er in onze dagen niet kunnen zijn, tegen wie wij elkander behooren te waarschuwen? Misschien roept iemand ons toe, dat wij alzoo sprekende wantrouwen zaaijen, dat wij met een geest van argwaan zoeken te vervullen. Niet meer, antwoorden wij, dan de apostel Johannes, toen' hij schreef: gelooft niet eiken geest; niet meer dan Jezus, toen Hij zeide: ziet toe, dat niemand u verleide. Men onderscheide toch tusschen een geoorloofd en een onredelijk wantrouwen, tusschen een Welverdienden en een niet te regtvaardigen argwaan. De duivel — gij gelooft immers nog aan zijn bestaan, mijne hoorders? —» de duivel zaait wantrouwen en argwaan in het hart van hen, die hij aan de waarheid van Gods woord leert twijfelen. Wil men het waarschuwen tegen den Duivel en zijne listen en werken ook zaaijen van wantrouwen noemen, het zij zoo. Wij zullen gaarne met grooten ijver mede zaaijen. Zeker is het geen deugd, altijd te twijfelen» maar ook geen deugd, alles te gelooven wat door menschen met den naam van waarheid vereerd wordt. Wantrouwen kan zeer strafbaar zijn, maar verdient ligtgeloovigheid dan aanbeveling? Heeft iemand het regt, om van ons te vorderen, dat wij alles zullen gelooven wat ons in deze wereld, waarin zoo velen de lengen liever dan de waarheid hebben, als waarheid gepredikt wordt? Alleen de waarheid heeft het regt, om geloof te eischen, even als God; maar wij hebben het regt om te onderzoeken, of iets, dat men als

Sluiten