Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo is, had de Heer Buyk behoorèn te weten; hij had zulks kunnen lezen in het te Utrecht bij den Boekhandelaar J. J. H. Kemmer door de Vereeniging tot handhaving der Gereformeerde leer uitgegeven werkje, onder den titel: ïEenige vragen en antwoorden tot zelfonder»zoek en zelfoefening, of bij het doen van belijdenis des «geloofs door Dr. H. F. Kohlbrügge, enz." Aldaar wordt op bladz. 14 geantwoord op de 57e vraag: sZijndeware «geloovigen niet geheel van de Wet ontslagen? — Wel wat »hare verdoemende en dwingende kracht aangaat, maar nniet voor zoover zij eene regel is van het genadever»bond; als zoodanig hebben zij God's Wet van harte lief en »zijn vrijwillige wethouders;" en op vraag 58: ïMaar hoe «komen zij dan aan het doen" (alzoo het gaat Dr. K. juist om het doen) »naar dezen regel?" wordt geantwoord: Rom. VII: &: «zoo dan, mijne broeders, gij zijt ook der Wet »gedood door het ligchaam Christi, opdat gij zoudt wor» den eens anderen, namelijk desgenen, die van de dooden

• opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden; «en Eph. II: 10; Jer. LI: 33; Ezech. XXXVI: 26 en «27; Ps. CX: 3." — Men vergelijke hiermede ook de antwoorden, die op vraag 59 en 60 in dit zelfde boekje gegeven worden.

Onwaar is het alzoo, dat Dr. Kohlbrügge leert, dat de Wet ceremonieel en niet moreel is. Wij bewijzen zulks ten overvloede door de volgende woorden, die men leest op bladz. 193 van het te Utrecht bij de Wed. M. Melder uitgekomen werk: Vragen en antwoorden tot opheldering en bevestiging van den Heidelb. Catechismus door II. F. Kohlbrügge, Doctor in de Godgeleerdheid enz. ZEW. Zeer Gel. zegt aldaar bij de verklaring van het 4e gebod: t>De «tien geboden zijn niet ceremonieel, maar zijn daartoe »gegeven, opdat onze zeden en ons leven volgens dezelve

• zouden ingericht zijn." (Of zou de Heer Buyk wellicht

Sluiten