Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van welk gebod de Heidelb. Catech. de volgende heerlijke verklaring geeft: >

•Dat ik tegen niemand valsch getuigenis geve, nie-

• mands woorden verkeere, geen achterklapper of laster«aar zij; niemand lichtelijk of onverhoord oordeele, of »helpe verdoemen; maar allerlei liegen en bedriegen, als «eigene werken des duivels, vermijde, tenzij ik den »zwaren toorn Gods op mij laden wil; insgelijks, dat ik

• in het gericht en alle andere handelingen de waarheid •liefhebbe, oprechtelijk spreke en bekenne; ook mijns

• naasten eer en goed gerucht, naar mijn vermogen, «voorsta en bevordere."

De Heer Buyk en diens kerkelijke goedkeurders hebben met dit negende gebod geheel in strijd gehandeld en hebben zich daardoor schuldig gemaakt aan een goddeloos antinomianisme.

Jac. III vs. 13—17. »Wie is wijs en verstandig on»der u? die bewijze uit zijnen goeden wandel zijne

• werken in zachtmoedige wijsheid. Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zoo «roemt en liegt niet tegen de waarheid. Deze is de

• wijsheid niet, die van boven afkomt, maar is aardsch, «natuurlijk, duivelsch. Want waar nijd en twistgierig «heid is, aldaar is verwarring en alle booze handel. «Maar — de wijsheid die van boven is, die is ten eer»ste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, •vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet •partijdig oordeelende, en ongeveinsd."

Sluiten