Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„onrechtvaardig, slecht zijn".

Ons adj. streng en Eng. strong zijn direct verwant met subst. streng. Gr. orgdyf „snoer", Lat. stringo. De Semietische talen leveren daarbij talrijke parallellen. De stam beteekent in het Hebr., Syr. en Arab. „vlechten", vgl. Hebr. a^njl Syr. „draaien, vlechten", xrimi „vlecht". Arab. gdl, „sterk in elkaar vlechten, groot worden". Vand. Hebr. ^tu 1. „sterk" (vgl. HjQ'). 2. „groot" 1). Ook -133 beteekent oorspronkelijk „vlechten" (maa ..een zeef", 1330 „hekwerk", Ofyn T33 een uit geitenhaar gevlochten deken"; vgl. Arab. krb, „vlechten", waarbij moekrab, „solide") vandaar; 1133 „sterk-groot". Verder Arab. maftoel (st. ftl, vgl. Hebr. Stis) „tortus, contortus; inde robustus" (Freytag), Arab. hbk, „vlechten", habik, „sterk". Arab. mrr IV „vlechten, stijf aandraaien (touw)", marir „sterk", mirra „kracht". Evenzoo magloez, mamsoed, moebram, alle: „sterk, solide, krachtig", afgeleid van werkwoorden, die „vlechten" beteekenen. Van den stam mp heeft men in het Hebr. de substt. p en npn i.snoer, streng", Arab. subst, koewwa, „streng", en „kracht", adj. kawij, „sterk". Ook Ned. strak, sterk schijnen een soortgelijke etymologie te hebben. 'Eindelijk behoort waarschijnlijk ook Hebr. n#p ~ f-fljrpö (Jes. 3, 24) hierbij.

Deze consequente beteekenisontwikkeling vormt zoodoende een merkwaardige illustratie bij de bekende spreuk (Pred. 4, 12): „Een drievoudige draad wordt niet spoedig verbro/t ken."/) Dezelfde waarneming, die aan deze spreuk ten grond-

1) Bij Gesenius (WB.) is de volgorde dus onjuist. — Voor de ontwikkeling sterk > groot vgl. Hebr. q1xj? — Arab. 'azim (groot), Hebr. TTN , Ned. geweldig, Dui. stark.

2) Men zou wellicht in verband hiermee het vermoeden kunnen wagen, dat het moeilijke en verschillend verklaarde nts^trö van Gen. 15. 9 ten

slotte niets anders beteekent dan: „sterk". Aangezien wbwfè echter ia het Hebreeuwsch in dezen zin niet bekend is, zullen wij het voorloopig

Sluiten