Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het strijdperk van dit leven. Want het zal een heerlijkheid zijn. die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en die in geens menschen hart is opgeklommen, 't Is en blijft in deze bedeeling een blij vooruitzicht, dat ons streelt.

Weliswaar is ons aardsche bestaan reeds aanvankelijk overgoten door goudglans en eeuwigheidslicht, maar de volle heerlijkheid der vol' komen zaligheid blijft voor de eeuwige toekomst bewaard. Al vallen de stralen van het hemelsche licht reeds nu over het donker van ons levenspad — dit maakt het voor ons wel gemakkelijker het aardsche lijden te dragen, maar het neemt het niet weg: lijden blijft het.

Daarom, als de Apostel de volmaking der geloovigen en de eeuwige heerlijkheid in uitzicht stelt, voegt hij er bij: „nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebbe n". Dit ziet allereerst op de verdrukkingen en vervolgingen, die de verstrooide geloovigen, aan wie Petrus schreef, hadden te verduren. Zij ondervonden in bijzondere mate, dat deze aarde een tranendal is.

Maar het heeft ook een algemeene beteekenis. Voor alle geloovigen geldt: veel lijden is des vromen deel.

De Heere heeft daarmee Zijn wijze bedoeling. Door het leed des levens worden we gelouterd en geheiligd. Tegenspoed en druk zijn voor de kinderen Gods als hamer en beitel in de hand van den werkmeester, instrumenten, waardoor zij worden voorbereid en toebereid voor de komende heerlijkheid. Als een steen gevoel had, als een steen kreunen kon, hoe zou hij gillen en schreeuwen, wanneer de beeldhouwer op hem inslaat en de brokken en bonken er afhakt. Maar onder den moker en door de beitelslagen komen de heerlijke lijnen te voorschijn en wordt het beeld in volle schoonheid geboren.

De zorgen en de moeiten des levens zijn niet toevallig ons deel. Zij komen ons toe uit de hand des Heeren. Ieder lijden en elk levensleed is een slag, beitelslag en mokerslag. Brokken vliegen er af, bonken en gruis onder den hamer, onder den beitel. En dat doet pijn. „Alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn, doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn" (Hebr. 12: 11). Door het lijden immers worden de gangen van ons leven hier op aarde zoo gericht, dat wij in beginsel bereid worden gemaakt voor de eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, waartoe wij geroepen zijn.

Laat dan, broeders en zusters, het lijden van deze bedeeling u niet verschrikken of benauwen ! Houdt moed ! Uw wandel zij in de hemelen ! Sursum Corda ! Daar wordt de heerlijke erfenis voor u bewaard I Een eeuwige zaligheid wacht u I

Het gaat met de geloovigen door lijden tot heerlijkheid ; eerst het kruis, dan de kroon. Dat was de weg voor onzen Heiland. En de dienstknecht is niet meerder dan zijn Meester; Jezus heeft het voorzegd: „In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen".

De Christenen moeten lijden. Niet allen echter evenveel. Er is groot onderscheid in tijd en wijze en mate.. Déze wetenschap echter kan ons troosten in droefheid en druk, dat ons levensleed niet wordt bepaald door een grillig toeval of een afschuwelijk noodlot, maar dat de tegenheden der tegenwoordige bedeeling ons worden toegeteld door onzen hemelschen Vader. Veel rampen zijn des vromen deel, doch zij worden afgewogen door Hèm, zoodat wij er niet onder zullen bezwijken.

Sluiten