Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treden, maar als ik voor één ding nog-aou-mogen waarschuwen, dan is het"voor die gedachte. Daarvoor toch zouden wij niet sterker, vêêl zwakker worden; erger nog, wij zouden daardoor zoowel de Kerk schaden als het politieke leven vertroebelen. Een van de grondgedachten van de Reformatoren was, een andere verhouding van Kerk en Staat dan in de Middeleeuwen onder de suprematie van het Pausdom tot stand gekomen was. Zij hebben die echter, wat nog altijd te betreuren is, niet uitgewerkt. En ik waag het te zeggen, dat zij in hun beschouwingen aan de Roomsche gedachte niet geheel ontkomen zijn. Er is intusschen, zooals ik zeide, wel een parallellie in de beschouwingen op kerkelijk en staatkundig terrein. En zoo verklaarbaar als het is, dat het meerendeel van de Christelijk-Historischen tot de Hervormde Kerk behoort, is het begrijpelijk, dat de leden van de Gereformeerde Kerken en in het algemeen van de afgescheiden kerken tot de Antirevolutionairen behooren.

Het politieke systeem van de Antirevolutionairen is opgetrokken op de gedachte van de separatie, terwijl dat van ons gansch anders 15. "Ik zou willen herinneren aan wat u vindt in artikel 8 Van ons-Program van Beginselen. Zonder dat ik eenigszins bedoel daarop het stempel van Hoedemaker te drukken, komt zijn hoofdgedachte daarin toch wel sterk tot uitdrukking:

„Vermits geheel het volk zich aan de ordeningen Gods heeft te onderwerpen, verzet de Christelijk-Historische Unie zich tegen een groepeering des volks in twee deelen naar Godsdienstige onderscheiding.

„Daaruit volgt evenwel niet, dat geen rekening moet worden gehouden met het feit, dat hier te lande tengevolge van de inwerking der beginselen, door de Fransche Revolutie gehuldigd, en de daaruit voortvloeiende loochening van het Goddelijk gezag op staatkundig gebied het uiteengaan der politieke partijen ten aanzien van de al of niet-erkenning van dat gezag heeft plaats gehad en in de hand is gewerkt."

De tweede alinea laat duidelijk genoeg zien, dat onze Unie reëel genoeg wenscht te zijn, maar het uitgangspunt voor den te volgen weg wordt vooropgezet.

Ik moet ten slotte voor een paar dingen nog de aandacht vragen.

Ik hoop, dat hoe vluchtig en gebrekkig de uiteenzetting ook moest zijn, nu duidelijk is geworden, wat het voorname verschil is, waarom het vanavond te doen was en dat ook in de practijk van het politieke leven zijn bevestiging vindt. Het historische verschil van opvatting over de beteekenis van de organisatie bij de politiek werkt nog altijd door. Wanneer ik dit zeg, mag daaruit geen oogenblik Worden afgeleid, alsof dit een verontschuldiging zou kunnen zijn om, zooals helaas zoovelen onder ons nog doen, ten opzichte van de organisatie slap en indifferent te zijn. Maar voor ons mag organisatie nooit anders zijn dan middel voor

Sluiten