Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij toonen moet door liefde tot waarheid bezield te worden, niet door zucht om anderen te kwetsen.

Verstaat men het artikel der wet in den laatsten zin, dan ware het ter wille der duidelijkheid beter aldus geformuleerd: ┬╗De onderwijzer behoort een fatsoenlijk man te zijn. Hij wordt' in zijn onderwijs volkomen vrij gelaten, maar mag niet schimpen en schelden."

Het ware zeker vreemd voor eene dergelijke bepaling in eene wet plaats in te ruimen. Dat een onderwijzer zich onthouden moet door het zaaien van haat en minachting jegens andersdenkenden het staatsdoel te verijdelen, spreekt evenzeer van zelf als dat hij in andere opzichten geen onzedelijken invloed mag uitoefenen en de aan zijne zorgen toevertrouwde jeugd b.v. niet mag leeren liegen, stelen, brandstichten.

Toch zou men geneigd kunnen zijn om te zeggen: zoo moeten de woorden worden opgevat. Want het wetsartikel strekt om uitvoering te geven aan de bepaling der grondwet. De grondwet nu spreekt niet alleen van het lager onderwijs, maar van het openbaar onderwijs in zijn vollen omvang, dus ook van het middelbaar en zelfs van het hooger.

Inderdaad wordt dan ook in art. 2 der wet op het middelbaar onderwijs hetzelfde gelezen als in art. 33 der wet op het lager. Maar hoe zou aan eene Hoogere Burgerschool een onderwijs mogelijk zijn, waarbij de leeraar in geschiedenis of in natuurkunde iedere botsing met de godsdienstige begrippen van dezen of genen huisvader had te vermijden? Dat de aarde om de zon draait, dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt is, waar de planeten zich om henen bewegen,

Sluiten