Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het oorspronkelijke bepalen ? Waar is bij de profeten iets van het kleingeestige en matte? Waar een spoor, dat zij bij voorkeur in stille mijmering het maatschappelijk verkeer en het bedrijvige leven hunner medemenschen ontvlugtten? Zij waren volksmannen in den edelsten zin van het woord en hadden nog wel andere zielskrachten aan het werk en in beweging te zetten dan die, bij het jagen naar visioenen, inzonderheid plegen geoefend te worden. Frisch en aangrijpend waren hunne gedachten, zij drongen diep, zeer diep in het gemoed, indien niet van velen, dan toch van sommigen, zij droegen bij tot de ontwikkeling der heilsopenbaring, en zijn nog heden voor ons onder de beste, die wij hebben.

Of zullen wij het groote en buitengewone, dat den profeten onloochenbaar eigen is, uit intuitie afleiden, uit den gelukkigen blik, waarmeê de vaardige menschengeest het ver verwijderde, het voor andere nog diep verborgene bespeurt, zóó bespeurt, dat hij wel van eene lange reeks van gebeurtenissen, gevolgtrekkingen en denkbeelden, middelen en proefnemingen de eerste schakels reeds waargenomen of gegrepen heeft, maar de tusschenliggende hem nog niet helder geworden, door hem nog niet bepaald onderscheiden en nagegaan zijn? Gewis, zoo kwam de menschengeest meer flan eens en toch zelden tot het voorgevoel eener toekomstige gebeurtenis, tot het vermoeden van een belangrijk resultaat, tot het doen van eene invloedrijke vinding. Die scherpe, verziende blik kan als analogie ter vergelijking worden aangehaald bij de beschouwing der Bijbelsche profeten. Maar is dit wel de sleutel eener verklaring, die alles of die genoeg verklaart? Zou het niet zeer bevreemdend zijn, indien deze natuurgave in één volk bij zoovelen had gewerkt en bij die velen zoo dikwijls?

Sluiten