Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stok; een lid van dat gezegend ligchaam, waarvan Christus het hoofd is. Hij gevoelt dat hij in Christus is; in Hem ingelijfd; met Hem gekruist, gestorven en begraven, opgewekt en gezet in den hemel. Nu mag hij, ja hij gevoelt het aan zijn hart, door Christus tot God, als tot zijnen verzoenden Vader naderen; al zijne zonden zijn verzoend door het bloed des kruises; zij zijn uitgedelgd en verzwolgen in de zee van eeuwige vergetelheid. God spreekt van vrede door de dierbaarste beloften: Ik zal in eeuwigheid niet meer op u toornen noch schelden: Ik heb u lief gehad met eene eeuwige liefde; dit drukt de Geest door het woord des Evangeliums op zijn hart, zoodat hij opspringt van vreugde, en uitroept: Ik ben zeer vrolijk in den Heere, mijne ziel verheugt zich in mijnen God; Hij heeft mij bekleed met de kleederen des heils, den mantel der geregtigheid heeft Hij mij omgedaan.

Wie zoude in staat zijn om die blijdschap te beschrijven, die dan in het gemoed van den, van zonden en schuld vrijgesprokenen zondaar plaats heeft. Maar het is niet genoeg, Jezus door het geloof te omhelzen, er moet ook een leven in Hem zijn; indien gij dan Christus den Heer hebt aangenomen, wandelt alzoo in Hem. schreef Paulus Coll. II: 6 en Gal. II: 20. Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij, en dat ik nu leef, leef ik door het geloof des Zoons Gods, die mij lief gehad heeft, en zich zei ven voor mij heeft overgegeven. Ja; er moet een leven in Christus zijn. Die in mij

Sluiten