Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bunnen genadestaat, van hunne betrekking op hunnen volzaligen Verbondsgod, zoo dat zij van hun geestelijk leven even zoo zekere bewustheid hebben als van het natuurlijke. En hoe veel blijdschap smaakt ieder Christen uit deze verzekering; hij mag zich daardoor verheugen dat hij eenmaal van zonden, van moeite en verdriet zal ontslagen ïvorden, en zijnen God zal prijzen ,in het oord der volmaaktheid.

Duizenden zijn er, zelfs onder het Christendom, die zich over geene heiligmaking of godzaligheid bekommeren: onheiligen die de zonden en de wereld dienen; die wel verre van heiligmaking te beoefenen alle ongeregtigheden bedrijven, en naar het goeddunken van hunne harten leven. Ook vindt men zulken, wier heiligmaking bestaat in uiterlijke godsdienstpligten, waaraan alles ontbreekt wat dezel ven welgevallig kan maken voor God; die van deze uiterlijke pligten eenen droggrond van eigengeregtigheid gemaakt hebben, die hun, indien zij op denzelven blijven nederzitten, eenmaal jammerlijk ontzinken zal. Ach mogten zoodanige ongelukkigen nog in tijds bedenken, dat, dewijl zij in het vleesch zaaijen, zij ook uit het vleesch verderfenis zullen maaijen. Zijn zij hier afkeerig van God en al wat heilig is, o hoe zullen zij zich, doch dan te laat beklagen, dat zij tegen alle vermaningen, van Gods wege hun gedaan, zich bleven verzetten. Wordt dit gelezen door een zoodanige, wiens geweten hem getuigt, dat hij God niet kent; dat hij zijne geboden veracht, en onder diegenen behoort,

Sluiten