Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenskracht, voor wien zonde ik vervaard zijn; En is de lijd, de bestemde tijd gekomen om hun genadig te zijn, om hunne tranen te droogen, om hen uit het drukkend leed, waaronder zij lang gebogen gingen, te redden: o! wat kan de Heere dan op het ootmoedig smeekgebed niet ongedacht en op het alleronverwachtst daarstellen, daarstellen, om hen op eenmaal tiit al hunne zwarigheden te verlossen en hen daardoor te redden uk de handen dergenen die hen zoo lang drukten. — Zoo dat zij verbaasd staan en uitroepen: Heer, wie is een God als Gij, die zoo wonderlijk red en zulke uitkomsten gebied. — In dankbare erkentenis roepen zij uit: Wat zal ik den Heere vergelden voor al Zijne weldaden aan mij bewezen. — Mijne geloften zal ik den Heere betalen , nu in de tegenwoordigheid van al zijn volk.

Wie zou het geluk uitspreken van hen, die zulk een dierbaar geloof bezitten, dat zelfs in den hoogsten nood niet bezwijkt, en dat niet beschaamt in de hoop op uitredding. Een geloof, dat hen aan eenen God verbonden heeft en zal doen verbonden blijven, die alles is voor zijn volk, en die hen nooit zal hegeven of verlaten, die in zes benaauwdheden uitredt en in de zevende niet begeeft; wat er gebeurt, wat hun drukt of dreigt, zij kunnen door het geloof in hunnen God gesterkt, bemoedigd en vertroost, vrolijk zingen:

•Doch gij, mijn ziel, het ga zoo 't wil, Stel u gerust, zwijg Gode stil;

Sluiten