Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwerking van het „liberalisme" de verkrijging van een bouwterrein voor dit doel dikwijls buitengewoon werd bemoeilijkt en soms alleen langs allerlei omwegen gelukte, werd men hier buitengewoon verrast door Mej. Tjitske Jans Hoogstins, die van „Halbe Kamp" bereidwillig een flink bouwterrein voor de te bouwen school beschikbaar stelde, 't Zelfde stuk grond, waarop nu nog de school staat en dat toen, als gelegen in de „nabijheid" van het dorp, zeer geschikt werd geacht.

Uit welke uitdrukking in de oude stukken mag worden opgemaakt, dat sinds 75 jaren het dorp naar de Oostzijde belangrijk is uitgebreid. Dat geldt ook voor de school! Klein was het begin!

Toen men over het bouwterrein de beschikking had, kwam het spoedig tot de aanbesteding van school en onderwijzerswoning. De heer J. Kroes, timmerman te Garijp, nam den bouw van beide op zich voor het bedrag van ƒ 2675/—. Daarvoor zou een woning en één schoollokaal worden gebouwd.

Dat er ernst met de zaak werd gemaakt moge hieruit blijken, dat reeds binnen een halfjaar, nadat de Hulpvereeniging was opgericht, de gebouwen kant en klaar wachtten op de leerlingen en hun meester.

Aan beide zou het niet ontbreken. Het eerste hoofd der school was de heer H. van Dehn. Hij was een der weinigen, die voor het onderwijs was opgeleid door den op het gebied van het Ghr. onderwijs bekenden en geliefden heer Dirk de Visser Smits, hoofd van één der eerste door Groen, Elout en anderen gestichte Chr. school, die in Den Haag in 1849 was opgericht.

Eerst vestigde zich de heer Van Dehn in Brussel. Later vertrok hij naar Alkmaar, vanwaar het schoolbestuur in Garijp hem heeft „beroepen" op een salaris van ƒ 600.—- 's jaars met vrije woning en vrijen overtocht.

Begin October 1864 kwam meester Van Dehn in Garijp. Op 12 Oct. d.a.v. werd hij in een feestelijke bijeenkomst met de ouders en een 60-tal leerlingen door Ds. Vos van Oostermeer tot zijn werk ingeleid.

De stichting der school was dus tot stand gekomen. Nu was het aan de instandhouding toe: stoffelijk en geestelijk.

Wat den stoffelijken kant betreft, die baarde toen — al is ook nu niet alle zorg verdwenen — meer moeite dan thans. Op steun van Overheidswege kon niet worden gerekend. Die was wettelijk uitgesloten. Van de opbrengst der geringe schoolgelden en verder van vrijwillige bijdragen moesten de exploitatiekosten worden gedekt. Ook buiten het dorp werden giften verzameld. Aan teleurstellingen ontbrak het daarbij niet. Interessant is het in één der eerste notulenboeken te lezen, dat op een aan veel predikanten verzonden circulaires om een gift, er geen enkel gunstig bericht inkwam, wat den toenmaligen secretaris, den heer Hendrik G. Walda de opmerking in de pen gaf, dat ook nu weer bewaarheid was, het bekende spreekwoord, dat dominee s wèl bidders, maar geen gevers waren. Ook hierin zal zeker overdrijving schuilen; de predikantstraktementen blonken in dien tijd bovendien ook al niet uit.

Aan verrassingen ontbrak het evenmin. Onder de namen der genen, die de school met een gift vereerden komt ook voor die van Mr. Groen van Prinsterer te 's Gravenhage.

Weldra bleek, dat het schoolhuis ook wel wat eenvoudig was gedacht, zoodat al spoedig een studeerkamertje moest worden bijgebouwd en andere veranderingen worden aangebracht. De geestelijke instandhouding vroeg niet minder zorg. Strijd naar buiten tegen tegenstanders en onverschillige Christenen, worsteling met den hemel in volhardend gebed, niet alleen persoonlijk, maar gedurende de eerste jaren van het bestaan der school

Sluiten