Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal leerlingen in aanmerking genomen, had moeten worden benoemd. Volgens het oordeel der Regeering had blijkbaar het Schoolbestuur — hoewel het overeenkomstig het advies van den Schoolraad voor de Scholen met den Bijbel had gehandeld — geen voldoende pogingen gedaan, om een onderwijzer aan de school te verbinden.

Gelukkig maar — want zulk een bedrag te moeten verspekta bij een altijd schrale kas was geen kleinigheid — dat het schoolbestuur gehandeld had overeenkomstig het advies van den Schoolraad. Deze was nu zedelijk verplicht, om uit het Hulpfonds voor geweigerde Rijksbijdragen waarbij de school was — en nog is — aangesloten het schoolbestuur tegemoet te komen, wat het ook voor 95% heeft gedaan. Een voorbeeld, dat waard is aan de vergetelheid te worden ontrukt vanwege zijn zeldzaamheid.

Op een in de jaren 1900 en 1901 tot stand gekomen wijziging in de organisatie der sohoolvereeniging en latere veranderingen komen wij nog terug. Evenzoo op de verhouding van School en Kerk gedurende haar 75-jarig bestaan.

In 1902 kwam er een beteekenisvolle verandering tot stand, wat het schoolgebouw aangaat. Van den Districts-schoolopziener ontving het Bestuur een schrijven, dat de schoollokalen in geen enkel opzicht meer beantwoordden aan de wettelijke eischen en dus moesten worden afgekeurd.

Het besloot daarom, de geheele oude school te doen afbreken en een nieuw gebouw te stichten, dat geheel aan de wettelijke eischen zou voldoen. u

Overleg werd gepleegd met den heer C. Eldering, architect te Hoogkerk, die in deze en de volgende jaren veel Chr. scholen heeft gebouwd; besloten werd, hoewel met 5 lokalen nog kon worden volstaan, een school te bouwen met 6 lokalen, drie aan drie aan weerszijden van een behoorlijk breede gang. Spoedig kwam het tot publieke aanbesteding. Aan de laagste inschrijvers, de H.H. D. v. d. Zee, thans secretaris der Vereeniging, en J. Slotergraaf werd het bouwen der school gegund voor de som van

ƒ 6163. . Het maken der nieuwe banken — ze doen nóg dienst, wat voor

hun soliditeit pleit — werd opgedragen aan P. Walda voor ƒ 741.—.

Er was dus weer heel wat geld noodigl Hiervoor konden bij de ingezetenen worden geplaatst 65 rentelooze aandeelen ieder groot ƒ 50.—, waarvan er jaarlijks tenminste twee moesten worden afgelost, terwijl verder een geldleening werd aangegaan van ƒ 4500.—, welke schuld in den loop der jaren — vooral na 1922 — geheel is weggewerkt. Gedurende den bouw der nieuwe school op 'toude terrein, moest voor de kinderen onderdak worden gezocht. Dit werd gevonden gedeeltelik in de Consistoriekamer der Ger. Kerk, gedeeltelijk in de timmerschuur van P. Pietersma.

In de maand September van 1902 was het nieuwe gebouw voor het gebruik gereed. De heer Lub had den eersten steen gelegd — in de portiek der school nog te zien.

Nu waren de uiterlijke omstandigheden, die ook op het onderwijs en de opgewektheid waarmee het gegeven en ontvangen wordt van grooten invloed zijn, ten zeerste verbeterd. In 40 jaar tijds een vooruitgang van één op zes lokalen, ruim en frisch!

Er was alle reden dus, om in 1904 het 40-jarig bestaan der «hooi feestelijk te herdenken. Den 18den October werd dit herdenkingsfeest gehouden. Ds. J. C. Rullman, predikant der Ger. Kerk, hield daarbij de feestrede, een beteekenisvol stuk werk, ook vanwege de daarin vermelde historische bijzonderheden betreffende Garijp, ook wat het kerkelijk en geestelijk leven betreft

Sluiten