Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekkelijk geringe pensioen te moeten rondkomen. Inderdaad was dat pensioen, ook omdat zijn salaris toen ter tijde, trots de aangebrachte verbeteringen, nog gering was, voor een nog bezwaarlijk huisgezin te klein. Indien het Schoolbestuur en ook de Hulpvereeniging, die er in betrokken werd, dit iets beter had aangevoeld en het inderdaad geringe pensioen uit eigen middelen wat royaler had aangevuld — ook afgedacht van de reeds betaalde inkoopsom — veel moeilijkheid zou zeker zijn voorkomen. Het bezwaar tegen de aanvrage van pensioen zou bij Meester Lub zijn vervallen. Ook hij begeerde wel de rust en zag dat ze lieflijk was. Maar vooral zijn vrouwelijke huisgenooten, tegen wie overleggingen de inderdaad door en door goede Meester Lub niet bestand scheen, hielden die aanvrage tegen. Wel verklaarbaar, omdat zij met de bezwaren van het geringe inkomen het meest zouden hebben te worstelen. Een tijdlang was

er al werd dit naar buiten minder opgemerkt — een gespannen

verhouding.

Erger werd het, toen in de gerezen moeilijkheden, al was het ook niet dadelijk opzettelijk, instanties van buiten werden betrokken en op verzoek de Districtsraad van Ghr. Nationaal Schoolonderwijs en de toenmalige Inspecteur van die Vereeniging zich er mee gingen bemoeien.

En al trad deze commissie aanvankelijk zeer voorzichtig op, toch had diP» tengevolge eenerzijds dat het Bestuur der school zijn aandrang tot ontslagname door Meester Lub met meer klem herhaalde; anderzijds, en dat was jammer, dat het groote publiek zich met de zaak ging bemoeien en ingezonden stukken en adressen door ingezetenen geteekend als strijdmiddelen tegen het Schoolbestuur ging gebruiken. Door mmder gunstige elementen, die bij dergelijke gevallen van de gelegenheid gebruik maken, om een rol te spelen, kwam het zelfs tot baldadigheden, bijzonder tegen den toenmaligen voorzitter van het Schoolbestuur, Ds. J. C. Rullman en tegen den eersten onderwijzer der school, dien men — en niet geheel ten onréchte — er van verdacht straks uit dit alles voor zich zelf garen te spinnen. Natuurlijk keurde ook de heer Lub deze dingen af!

Maar de verhoudingen werden er daardoor niet beter op. Wel werd de Districtsraad en de genoemde Inspecteur — waarvan de laatste ook wel eenigermate een dubbelzinnige rol had gespeeld — uitgeschakeld. Maar in eigen kring bleven de moeilijkheden voortduren, gedurende geheel het jaar 1908 en nog daarna. Jammerlijk, omdat door deze dingen de Naam des Heeren werd gesmaad! Tragisch, ook met het oog op den ouden voortrekker, die al zijn levenskracht in den dienst van het Chr. onderwijs zooveel jaren had gegeven, en dien men trots alles wat gebeurd was, zoo gaarne bij het beëindigen van zijn 70ste levensjaar officieel had willen huldigen, ook van de zijde van het Schoolbestuur.

Daarvan moest wel worden afgezien!

Het zou te veel ruimte ki beslag nemen, om stuk voor stuk alles wat verder plaats had, te vermelden. Een lijvig notulenboek, dat alleen loopt over het tijdperk van 14 Jan. 1908 tot en met 20 Oct. 1908, is geheel gevuld met de verslagen der Bestuursvergaderingen, die op deze zaak betrekking hebben en toen was die nog niet tot een goed einde gekomen. Na nog vele onaangename vergaderingen werd ten slotte door Meester Lub ontslag aangevraagd tegen 1 Juli 1909, wat hem toen eervol werd verleend.

De heer Lub bleef te Garijp wonen en heeft tot aan zijn dood, trots alles wat zich had afgespeeld, van allen kant de eere genoten, die den in 's Heeren dienst vergrijsden dienstknecht toekwam. Ook later nog werd een klein geschil, dat nog tusschen hem en het Bestuur bestond, op voor

Sluiten