Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er werd daarom besloten in overleg met den Kerkeraad der Ger. Kerk op Zondag 2 Juli 1916 een schulddelgingscollecte te houden ten behoeve van de school.

Deze collecte bracht de belangrijke som van ƒ 2391.— op. Hiervan kon worden afgelost een schuld van ƒ 2000.— met nog 4 van de resteerende rentelooze aandeelen. Een 8-tal hiervan was reeds aan het schoolbestuur geschonken. Het Bestuur werd door deze door de schoolgemeente betoonde offervaardigheid in staat gesteld, om ook aan het onderwijzend personeel een duurtetoeslag te doen toekomen, wat door de betrokkenen met dank werd aanvaard.

Meester Lautenbach verwierf intusschen zijn hoofdakte in Aug. 1916. Een kleine finantieele moeilijkheid, die hiervan het gevolg was, omdat er nu twee onderwijzers met hoofdakte waren, waarvan echter slechts voor één een vergoeding van Rijkswege als eersten onderwijzer werd uitgekeerd, vond een gemakkelijke oplossing toen Meester Koelmans een benoeming aannam naar de Chr. School te Anjum.

Op 1 Dec. 1916 kwam in zijn plaats de heer A. v. d. Berg, tot dien tijd onderwijzer in Veenwoudsterwal.

Den 6den December vergaderde het Bestuur voor het laatst in dat jaar. Voor het personeel was dat een goede St.-iNicolaasdag, omdat op die vergadering mede op aandrang van den Schoolraad opnieuw werd besloten tot het geven van een duurtetoeslag.

'tWas de laatste maal, dat Meester Veerman op de Bestuursvergadering aanwezig zou kunnen zijn.

In December eenigermate door de griep aangetast, zoodat hij na de Kerstvacantie niet dadelijk zijn werk weer kon hervatten, werd hij in den middag van 9 Jan. 1917 plotseling door den dood overvallen.

In den avond vergaderde het Bestuur, waar de vice-voorzitter, de heer J. J. v. d. Meulen, die wegens afwezigheid van den voorzitter, den heer Veenje, de leiding had, in gevoelvolle woorden de officieele mededeeling deed, dat de Heere plotseling het hoofd der school van zijijn post had ontheven en de grootte van dit verlies schetste in zijn beteekenis voor gezin en familie, voor Bestuur en School, voor zijn leerlingen vooral, ja voor heel het dorp, waarin hij zich door zijn beminnelijk karakter een plaats had veroverd in veler hart.

Nog maar 37 jaren had Meester Veerman bereikt. Wat had hij naar menschenoog nog veel voor school en omgeving kunnen zijn. Maar de Heere antwoordt niet voor Zijn daden; en Zijn handelingen met Zijn kinderen zijn steeds wijsheid en liefde. Dat was de grondtoon van hetgeen in de Bestuursvergadering tot uiting kwam en bij het overlijdensbericht in de bladen en in het door Meester Lub geschreven „In memoriam in de School met den Bijbel de hoofdgedachte vormde.

Zoo was hij Meester Lub nog voorgegaan naar het Vaderhuis. Te Garijp wijst een steen, dicht bij dén ingang van het kerkhof de plaats aan waar men zijn stoffelijk overschot aan de aarde toevertrouwde.

Wat op dien steen van hem vermeld staat, mocht ten volle van hem worden getuigd. Niemand kan dat beter weten dan schrijver dezes, die jaren lang' intiem met hem had omgegaan, toen hij met Meester Veerman aan de school van den heer W. C. van Munster in Leeuwarden als onderwijzer diende.

Was 't wonder, dat het Bestuur op de gedachte kwam, een poging aan te wenden om den broeder van den ontslapene, den heer O. L. Veerman, hoofd der leerschool van de Chr. Kweekschool te Leeuwarden, te bewegen de opengevallen plaats in Garijp te bezetten?

Sluiten