Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nergens in. het Nieuwe Testament is zulk een God, die niet dc hoogste en ware zoude zijn, bekend. Wel spreekt de Schrift aldaar (1 Cor. VIII: 5) van dus gezegde goden en heeren! maar God, in het enkelvoudig getal en op zich zelf staande, wordt nergens dan van den eenig Waarachtigen gezegd. In het Oude Testament wordt ja , moses tot Elohim (God) over aaron en over pharao aangesteld (2 Mos. IV: 16 en VII: 1 waar de zamenhang en de aart der zaak doen van zelve blijken, dat hier van eene bloote vertegenwoordiging sprake is). Men beproeve eens die beteekenis toe te passen op den naam, zoo als hij den Christus gegeven wordt! Men zegge eens van moses , dat hij God of zelfs een God was , dewijl hij .tot een God over pharao gesteld was geworden. Wien zal de ongerijmdheid niet voor oogen springen ? — Men denke zich , uit kracht dezer aanstelling, aaron zijnen broeder toespresprekende, als zijnen God! Wie gevoelt de onmogelijkheid niet? Maar tot Christus zegt

Joh. XX: 28, een Zijner discipelen, bij de overtuiging Zijner opstanding: mijn Heer en mijn God.' (6 x£(i6e pov xitï b fcbe. — De plaats staat wederom van de zijde der Kritiek onaangeroerd en onbetwist. Het komt alleen op verklaring en opvatting aan. En ook deze, hoe eenvoudig en duidelijk! De Apostel spreekt tot den Verrezene (lurexfUti ncti éixev ctlrtf), en noemt Hem Heer en God: (zijnen Heer en zijnen God). En het wederantwoord is? Zaligspreking van allen , die ook zonder zien aldus geloofd zullen hebben. Christus alzoo neemt de beide benamingen, als Hem toekomende en te recht van Hem gebezigd, onvoorwaardelijk aan. En Hij zoude niet de eenig ware God, de jehova lsraëls zijn ? Die toespraak: mijn God ! (mijn Heer en mijn God.') die door geheel het Oude Testament heen slechts aan den eenigen jehova

Sluiten