Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lemmering wordt gezien om het spoor der waarheid te houden.

De inhoud van des heeren Tel le gen 's geschrift is voorts een andere, dan de titel wellicht doet verwachten. Wedergeboorte toch is een bij uitstek Schriftuurlijke term: het geboren worden, zooals de Heiland verklaarde, „uit water en Geest," enz. '). Zoo wordt ook van volksbekeering gesproken , wanneer eene natie als zoodanig, in haar geheel, zich leert buigen voor den levenden God. Eu wellicht ware geen beter titel te kiezen, dan de hoogleeraar T e 11 e g e n bezigde , voor wie de noodzakelijkheid van dusdanige verandering ook op onze erve wilde betoogen en den weg zocht te wijzen, waarlangs zij, als eene verbeurde gave Gods, alleen van Zijne genade nog mag worden gehoopt.

Wat de heer Tellegen bespreekt, is echter van anderen aard. Wedergeboorte wordt door den Schrijver bedoeld meer in den zin, waarin ook Nicodemus het verstond. Immers wordt in het geschrift slechts de herleving van ons zelfstandig volksbestaan geschetst, nadat ons vaderland, hetwelk in de vorige eeuw was „verslapt en ontzenuwd", — en dit, dus zegt de Schrijver in de Inleiding, „als ware het een gevolg der buitengewone krachtsinspanning" , niet als gevolg van het loslaten dier beginselen, welke tot buitengewone krachtsinspanning in staat hadden gesteld, — een deel was geworden van het toenmaals machtige Frankrijk. Toch wordt die „wedergeboorte" niet in haar geheel behandeld, incluis „het ineenstorten der Fransche heerschappij" , doch slechts „de wedergeboorte van Nederland na" het wegvallen dier macht. Dit blijkt ook uit de opschriften, die de Schrijver boven de verschillende hoofdstukken plaatste. Zij toch luiden aldus: I. Het grondgebied; II. De opdracht van de Souvereiniteit der Vereenigde Nederlanden aan den Prins; III. De samenstelling der grondwet; IV. De grondwet en de maatschappij; V. De regeeringsvorm; VI. De vereeni-

') Joh. III: 5. Over het begrip van wedergeboorte werd o. a. gehandeld in het weekblad de Heraut, ti°. 369 en volgg.

Sluiten