Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3.

De verhouding der Gereformeerden tot de Ethisch-irenischen en met hen homogene fractiën.

Ik kom tot dat gedeelte van de taak die ik mij heb voorgesteld , dat ik het moeielijkste en het onaangenaamste acht.

Het moeielijkste wijl de eisch der objectivieteit het zwaarst valt te vervullen waar personen en partijen aan den eenen kant dichter bij ons staan en toch van de andere zijde in haar diepsten grond zoo ten stelligste

van ons verschillen.

Het onaangenaamste wijl het niet te ontkennen is, hoeveel er ook is voorgevallen wat tot droefheid stemt, hoe groot de verbittering en verwijdering werd zich altijd zoo bij uitstek heftig openbarend , waar vroegere eenheid do twistenden van elkander scheidt, dat toch altijd nog de herinnering blijft dat we samen zijn uit 't zelfde huis, al wordt de hope van 't als broeders samen wonen al flauwer en flauwer en al klimt de onwaarschijnlijkheid daarvan in onze dagen schier tot onmogelijkheid. We mogen nogtans niet vergeten dat er nog altijd een gewichtig punt over blijft waarin we vele voorstanders der etliisch-irenische richting met al haar tallooze schakeeringen nog broeders kunnen noemen. Zoolang er toch gesproken wordt over den persoon en

Sluiten