Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer Feringa. Als doel, zonder eenige beperking, dus zelfs onder deze schoolwetgeving, kon geen onzer sclioolplichtigheid aanvaarden. Dat zou zijn vernietiging der gewetensvrijheid, die in onze eeuw, in Hollaud bovenal ieder heilig moet blijven. Zeer terecht wees de heer Feringa er dan ook op, dat gelijk thans de toestand van het schoolwezen ten onzent was, schoolplichtigheid, eeu vader, die uit geweten tegen de staatsschool was, dwingen zou, tegen zijn geweten, zijn kind derwaarts te zenden, zoo er in de plaats zijner woning geen vrije school gevonden werd. Maar nauwelijks had de spreker het denkbeeld van gewetensvrijheid uitgesproken, of er ontstond een stormachtige beweging in de vergadering, die aan de orgiën der Parijsche volksmeetings deed denken :). Telkens moest de spreker zwijgen. De voorzitter meende zelfs het woord hem niet te kunnen laten, en niet dan moeielijk slaagde de heer Feringa er in zijn manlijk protest uit te spreken.

Die strijd was gestreden. Thans kwam het op de VTaag aan, of de vergadering met de voorstanders van het vrije onderwijs wenschte samen te gaan op voet van gelijke rechten, of wel, alleen dan ons wilde dulden, zoo het „part du lion" aan onze tegenstanders bleef, en wij ons met lijdzaam volgen wilden vergenoegen.

1) Ds. Nahuys acht deze opvatting onjuist. Hij meent dat Feringa, naar liet oordeel der vergadering, buiten de orde ging. Juist dat is het ergerlijkste, dat een vergadering gewetensvrijheid buiten de orde acht, waar de banden die haar klemmen, zullen geweven worden.

Dat men den heer v. d. Heim wél over gewetensvrijheid liet spreken, verklaart zich uit zijn persoon, uit zijn zitting in de regelings-comraissie en het imjposante dat in zijn speech voorafging.

Sluiten