Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigheid" in het nummer van 9 November voert een zoo absoluut pleidooi tegen schoolplichtigheid als we nog zelden lazen.

Maar van een geheel ander gevoelen is de polemiseur van Rotterdam 31 October, „BinnenlandHij toch schrijft:

„Men wist vau te voren wel, dat een vergadering als te Utrecht bijeen was, niet dwaas genoeg zou wezen, om nu reeds zich aan banden te leggen, en voor altijd middelen zou uitsluiten, die in de toekomst wel eens konden blijken de beste, de eenig mogelijke te zijn, ofschoon men schier eenstemmig oordeelde, dat alle andere gepaste middelen eerst moesten worden beproefd."

Yan de tafel der redactie gaat dus op 31 October een stem op: Schoolplichtigheid misschien het beste, het eenig mogelijke middel. En op 9 November een andere die welsprekend tegen schoolplichtigheid als een volstrekte onmogelijkheid bij ons volk pleit.

Wij duiden dat gebrek aan homogeneiteit der redactie niet euvel. Alleen zij veroorlove ons te meenen, dat dezelfde oneenigheid van denkwijze ook bij de afstemmers van het voorstel Verhagen bestond. Dat dit zóó was hebben we in ons vorig artikel met de woorden van het verslag zelf bewezen. Tegenspraak is hier onmogelijk.

En als nu de ééne bestrijder ons tegenwerpt: „we wijzen uw amendement af, omdat ge vraagt wat ge niet behoeft te vragen," en een ander ons terechtzet, „omdat we vroegen, wat we niet mochten vragen," dan kunnen wij daartoe het stilzwijgen doen, omdat onze tegenstanders dan de goedheid hebben, eikanderen in plaats van ons te treffen.

Als de een zegt: „Uw vragen om waarborg tegen schoolplichtigheid is dwaasheid," want ze is afgestemd,

Sluiten