Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben onze houding goed te keuren — wat zij niet doet, om licht te begrijpen redenen. Maar de Arnhemmer heeft van uit haar standpunt volkomen recht, om onze houding af te keuren. Bestaat er geen gevaar voor schoolplichtigheid onder deze wetgeving, dan was er voor ons heengaan geen oorzaak.

In den strijd tusschen haar en ons moet dus de strijd tusschen de Arnhemmer en Utrechtsche Courant beslissen, en zoolang de feiten waarop de Utrechtsche Courant zich beroept, voor weerlegging onvatbaar zullen blijven, zal liet ongemotiveerde van het Arnhemsche oordeel over onze houding moeilijk te rechtvaardigen zijn.

Maar dien strijd daargelaten, we wenschten van de Arnhemmer wel te vernemen, waarom, zoo men tegen schoolplichtigheid, ook als middel was, ons amendement verworpen werd, dat niet anders dan waarborg tegen schoolplichtigheid als middel begeerde ? (over kosteloos onderwijs zie ons vorig artikel).

Is er, zoo vragen we haar, sterker bewijs mogelijk, dat men schoolplichtigheid niet als middel wilde uitsluiten, dan juist de verwerping van. ons amendement?

Over het gevoelen der Arnhemmer dat de vergadering zich niet inhumaan jegens ons zou gedragen hebben, valt natuurlijk moeilijk te twisten. Het geldt hier voor eerst een feit, en ten tweede de ap/preciatie er van. Het feit dat de vergadering onstuimig was, wordt door allen toegestemd , die beweeren, dat er na ons vertrek eerst kalmte is gekomen; waaruit tevens blijkt, dat de onstuimigheid wel degelijk zich tegen onze geestverwanten richtte.

De appreciatie daarentegen, of men zulk een onstuimig opbruisen tegen de woordvoerders der minderheid al dan niet humaan acht, hangt natuurlijk geheel af van de sub-

Sluiten