Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De overvleugeling der gematigden door de consequenten (der Girondijnen door de Jacobijnen, zoo als Dr. Kuyper aanwees) was reeds in de hartstochtelijke begeleiding van het debat blijkbaar. Althans, mdien zelfs onze vriend Peringa nauwelijks gehoor vond, en wij, zoo als eender aanwezige predikanten mij schreef: „letterlijk uitgefloten en uitgetrappeld zijn."

De Rotterdamsche Courant (met ons schoolwetprogram in de hoofdzaak geestverwant) keurt (3 November) de handelwijs van Dr. Kuyper af.

Bij nauwkeurige herlezing van het debat, -zal zij wellicht inzien, en alsdan voorzeker erkennen, dat ze zich vergist heeft.

Immers, ook volgens haar, is schoolplichtigheid, onder deze schoolwet, eene zedelijke onmogelijkheid. In beginsel stemt ze met Dr. K. overeen.

„Schoolplichtigheid op zich zelf, m abstracto beschouwd, kunnen wij nog geen inbreuk op het wettig vrijheidsrecht noemen, het is eigenlijk niet dan een bescherming van het recht der .kinderen tegenover ouders die hun ouderplicht miskennen. — Nogtans, in de gegeven omstandigheid, onder de tegenwoordige schoolwet, zoolang het bezwaar van duizenden tegen het Staatsonderwijs, zoo als dit is, in den lande bestaat en weegt, hetzij dan te recht of ten onrechte; zoolang is school" plichtigheid, evenals kosteloos onderwijs, een feitelijk onrecht — wij zeggen meer: een zedelijke onmogelijkheid.

Het verschil ligt dus in de opvatting van een feit.

„Dit heeft de vergadering te Utrecht begrepen en daarom het voorstel-Verhagen verworpen.

Maar daarom ook noemen wij het goed, dat het ingediend werd. De voorsteller had, iets anders bedoelend, een zeer goed doel bereikt. Een groot beginsel was uitgemaakt, en bij een samenkomst als deze is niets gevaarlijker dan dat principieele quaestiën behoedzaam wor-

Sluiten