Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer de nevelen optrekken, in des te prachtiger luister. En de patriarch in Mamre's eikenbosschen én de apostel op Damascus'weg hebben zich beiden in den levenwekkenden gloed van hetzelfde Godswoord gekoesterd, in graad van schelheid wel verscheiden naar de bedeeling hunner eeuw, maar in aard en wezen volstrekt één. «Juist daarin» — om nogmaals met C a 1 v ij n te spreken — «blinkt de onveranderlijkheid onzes Gods uit, dat Hij (neen zetfden weg ten leven aan de geslachten aller eeuwen «geopenbaard heeft, al is het onloochenbaar, dat Hij het «voorgeslacht uit de eerste beginselen heeft gelaafd, «terwijl hij onze ziel voedt met «vaster en steviger spijze.»

Wil men nu de begrippen van Openbaring en Woord Gods gelijkstellen, dan bezitten we in de bijzondere openbaring dat Woord Gods natuurlijk in een bijzonderen vorm: in dien vorm, waarin het naar den zondaar uitgaat en voor den zondaar verstaanbaar is.

Die bijvoeging is onmisbaar. In onbepaalden zin toch is Woord Gods de volkomene uiting en meedeeling van zijn leven.

Immers het denkbeeld van «Woord» is een uitdrukking aan ons menschelijk leven ontleend en moet dus uit ons leven verklaard worden.

Wat nu is het menschelijk «Woord?»

Ge wordt uzelven bewust. Er klimt in uw geest een gedachte op. Die gedachte wilt ge in den geest eens anderen overbrengen. Dit doet ge door het «Woord.»

Ieder weet door welk proces. Uit uw geest plant de beweging der gedachte zich in de hersenen voort, om van daaruit zich aan uw zenuwen mede te deelen, en door middel der zenuwen de spieren van uw spraakorganen in beweging te brengen. Door die beweging

Sluiten