Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonde omging, om, waar, blijkens uw eigen boekske, ook nog een onschuldiger uitlegging van mijn artikel denkbaar was, juist de schuldigste uitlegging te mijnen laste te publiceeren.

Ook dit heeft de liefde, dat ze geen kwaad denkt; iets waarin toch ook dit ligt, dat, bij de mogelijkheid van een minder schuldig bedoelen, de onderstelling van het meerder schuldige te mijden is.

Doch hierbij houd ik mij niet op. Vooral van U kan ik alles velen ; en bovendien, al zulke publieke onderzoeking van iemands wzonde" stuit mij tegen de borst.

Dit hoort in de binnenkamer; want iemand zijn zonde aan te zeggen is publiekelijk alleen het recht der gemeente, en dan nog wel recht der gemeente alleen ingeval van gebleken onberouwelijkheid en volharding in het booze opzet.

Hierover stap ik dus heen; om terstond, om onverwijld, om zonder ook maar één enkel oogenblik aarzelens, U en al uwe geestverwanten, zoo beslist, zoo luide en zoo stellig mogelijk toe te roepen: «Hooggeachte Broeder, wat Ge gewaand hebt dat bestond, bestaat niet. U en de uwen als Antichristen te teekenen is niet in mij opgekomen. Ik kon er niet aan denken, omdat er geen kiem zelfs voor zulk een gedachte in mijn hart schuilt; en al wat in mijn opstel „Heelen en Halveii", of in welk ander artikel ook, zulk een fatale strekking verraden mocht, daar haal ik de eigen minuut, dat men het mij aanwijst, met dikke streep de pen door, ja, dat herroep ik liever duizendmaal, dan dat ik ook maar één oogenblik uw ziel of de mijne ophoud bij zoo boosaardige gedachte.

Ik zou mijn eigen aangezicht niet meer in den spiegel durven aanzien, indien ooit zoo iets uit mijn hart op het papier ware gekomen.

Liever zag ik mij^voor altoos de pen uit de hand vallen, dan dat ik mij ooit zulk een zeggen aanmatigen, en tot zulk een oordeel mij vermeten zou.

En daar het U natuurlijk niet te doen is, om wat misschien uit een in haast geschreven volzin ware af te leiden, maar Ge, als goed exegeet, alleen rekent met hetgeen de schrijver bedoeld heeft te zeggen, is door deze enkele verklaring het zoo pas gerezen geschil eigenlijk reeds tusschen ons uit den weg.

Gij verkreegt den indruk, dat ik, kleine, nietige mensch, de

Sluiten