Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omdat die inbeelding steunde op sympathie in het heilige, moest zoolang doenlijk aan die onjuiste veronderstelling vastgehouden. Het „hebt malkanderen lief!" moest tot het uiterste toe, ook in het zoeken van elkanders staatkundige en wetenschappelijke gemeenschap, beoefend.

Maar ook, omdat dit saamgaan eeniglijk in den Naam onzes Ileeren zijn wortel had, moest ook met even onverbiddelijke noodzakelijkheid, straks op het keerpunt een iegelijk afdeinzen, voor wien dit logisch doortrekken van den Naam des Heeren niet als het hoogste en alles overwegende belang gold.

Dit nu komt altoos uit op het punt van de breuke met het humanistisch leven der wereld.

De Naam van den Christus is de bron van een eigen, nieuw, hemelsch leven, dat op elk punt het humanistisch leven der wereld veroordeelt, en op elk terrein altoos weèr de tegenstelling plaatst tusschen een leven uit de natuur en een leven uit de genade, of wil men tusschen geloof en ongeloof.

En dit nu aanvaarden de Halven niet.

Die tegenstelling gedoogen ze wel voor de ziel. Ook wel voor de predicatiën. Ten deele zelfs op het sterfbed. Maar niet kerkrechtelijk. Niet op maatschappelijk gebied. Niet op het Binnenhof. Niet aan do universiteit. Niet op het erf van kunst en wetenschap.

In die absolute strekking wordt deze tegenstelling alleen aanvaard door de Heelen. En dan is met Heelen volstrekt niet bedoeld een soort betere of dapperder menschen; noch ook menschen, die niet in menig opzicht aan hun beginsel ontrouw zijn; maar meent dit woord hen, die „uit het volk" zijn, naar dien rijken, heerlijken zin, die in deze uitdrukking van „Volk des Heeren" voor eiken kenner schuilt.

„Uit het volk!", dat wil zeggen uit dien historischen levensbodem opgeschoten, die, én historisch, én practisch, én principieel, alleen aan den smaad om 's Heeren Naam herkenbaar is.

Zoo moet het dan vroeg of laat tusschen deze Heelen en Halven tot een breuke komen.

Dit hoeft niet, zoolang men nog alleen toe is aan zielzorge en predicatie, aan evangelisatie en missie, aan philanthropie en dilettantisme. Maar hoeft wel, en moet en komt dan ook onverbiddelijk, zoodra de Christelijke volksbeweging zich nog een schrede verder waagt, en nu ook doordringt tot de politiek, tot het recht en tot de wetenschap.

Dan toch roepen de Hal ven: nNu gaat ge te ver!"-, en getuigen de Heelen : „Met uw welnemen: ive beginnen pas

Dan volgt er een oogenblik van verwarring; er ontstaat gedrang; men gist nauwlijks wat het worden zal. Tot ten leste het proces toch weer zijn pad afloopt en de stroom zich toch weer in zijn bedding voortbeweegt, slechts een weinig versmald.

Want als het dan op keus komt, zegt de Halve : »Nu gij het zóó ver drijft, blijf ik op politiek terrein liever met de mannen van invloed, en op wetenschappelijk erf liever met de mannen van naam, en op kerkelijk gebied liever met de mannen van goeden wille vereenigd, — dan dat ik, [met uw Gideons-bende voorttrekkend, straks én op

Sluiten