Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en politiek terrein, ten onzent gehandhaafd, dan metterdaad vervalt ook alles wat door U uit mijn zeggen was afgeleid.

Gij verstondt het van het «V^olk ' in geestelijk-dogmatische opvatting. Door mij was het als zichtbaar, historisch, speciaal Calvinistisch verschijnsel bedoeld. Radde ik het gebruikt, gelijk Gij het verstondt, ik zou schromelijk gezondigd hebben. Gelijk het werkelijk door mij gebruikt wierd, is er, meen ik, niets in gezegd, waartoe ik niet én het ïecht had en dat zich niet uitmuntend laat verantwoorden.

En wilt Ge nu de proef op de som, laat mij U, Hooggeachte Heer en Broeder, nog eens dat tweede deel van mijn artikel voorleggen, dat Gij wegliet. Wegliet, natuurlijk niet in het allerminste uit oneerlijk bedoelen; het ware beneden uwe en mijne waardigheid, aan zulk vermoeden ook maar ée'n oogenblik plaats te gunnen; maar wijl het U minder ter zake dienstig scheen.

Dit tweede stuk begon alzoo:

Dit nu is het kort begrip ook van die machtige Christelijke volksbeweging, die vooral sinds 1848, uit reactie tegen het destijds tot heerschappij gekomen liberalisme ten onzent in kerk en school en staat ontwaakt is.

Van dei Brugghen en De la Saussaje zijn nooit ééns geestes geweest met onzen Groen van Prinsterer en onzen Elout van Söeterwoude.

Toch heeft Groen steeds het uiterste beproefd, om »ralliëment", gelijk hij het noamde, ook met deze halve mannen te bevorderen.

Moest het, dan bestreed hij ze; maar nooit wilde Groen breuke zoeken. Zijn streven was onverpoosd, om, als de breuke toch kwam, de verantwoordelijkheid voor die breuke geheel op de Halven te kunnen doen rusten.

Onuitputtelijk was dan ook het geduld, waarmee Groen hen verdroeg; ook al plooide zich altoos een bittere trek om den mond van den grijsaard, als hij u in zijn studeervertrek verhaalde, hoe de „ethische vrienden," altoos juist op het oogenblik, dat de slag kon geslagen worden, door hem plotseling in den steek te laten, al zijn'uitnemenden arbeid en zijn onverdroten inspanning hadden verijdeld.

Neen, de eerste aanvang der breuke ging niet van Groen, maar van zijn tegenstanders uit.

Met name van Dr. Bronsveld, die, minder omzichtig en veel minder diep dan Van der Brugghen en De la Saussaye, den euvelen moed had, om reeds in -1871 aan Ons volk het voor Groen van Prinsterer zoo hoonende woord toe te roepen : «Laat het ditmaal sterk en scherp uitkomen, dat wij in dezen ons door den lieer Groen niet laten lokken op het gebied der politiek !"

Hier lag de breuke !

Sluiten