Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten bewijze voor beide deze besluiten Gods dienen deze en soortgelijke plaatsen: „Ik weet, welke Ik uitverkoren heb," Joh. 13 : 18; „Naar zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen," 2 Tim. 1 : 9; „Hij ontfermt zich, diens Hij wil," Rom. 9:16. Naar zijn voornemen zijn bijgevolg de verkiezing en de verwerping geschied; dus zijn beide een besluit, en wel een eeuwig besluit Gods, omdat in God niets nieuws is, maar alle dingen van eeuwigheid zijn, wat ook de Schrift duidelijk leert: „Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in hem, vóór de grondlegging der wereld," Efeze 1 : 4. Omdat Hij dan ons heeft uitverkoren, verwerpt Hij de overigen. Dit toont aireede het woord uitverkiezen aan. Want wat men verkiest, neemt men met versmading van het andere.

III. WELKE ZIJN HAAR OORZAKEN?

De bewegende en aandrijvende oorzaak der voorverordineering is het welbehagen Gods. „Ja Vader, want alzoo is geweest het welbehagen voor U," Matth. 11 : 26. God heeft van te voren in ons niets gezien waarom Hij ons verkiezen zou, want wij waren „van nature kinderen des toorns gelijk ook de anderen," Efeze 2 : 3. Indien er iets goeds in ons wordt gevonden, werkt Hijzelf dit geheel in ons. En Hij doet niets in ons, dat Hij niet van eeuwigheid besloten heeft in ons te werken. Dus is alleen het genadige en hoogst vrije welbehagen Gods of alleen de genadige barmhartigheid Gods de bewegende en aandrijvende oorzaak onzer verkiezing; een barmhartigheid, die uit genade wordt bewezen, niet met het oog op iets goeds dat vooraf in ons werd ge-

Sluiten