Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaapskooi. Antw.: Zij waren ook schapen met het oog op de zorg en het besluit Gods, niet wat de vervulling van dit besluit aangaat; zij waren schapen door voorverordineering. Kortom: de uitverkorenen zijn niet altijd leden der kerk, maar toch moeten zij noodwendig in dit eerste leven tot de kerk toegebracht worden, al gebeurt het eerst in hun stervensuur. Dit bedoelt men, zoo men zegt, dat alle uitverkorenen in dit leven het eeuwige leven aanvangen. De verworpenen zijn soms wel leden der zichtbare kerk en niet altijd van deze gescheiden, maar zij komen nimmer waarlijk tot de kerk noch zijn zij ooit leden van de onzichtbare kerk of de kerk der heiligen, want van deze zijn zij altijd gescheiden.

VIII. KUNNEN DE UITVERKORENEN VAN DE KERK AFVALLEN, EN BLIJVEN DE VERWORPENEN ER ALTIJD IN?

Het antwoord op deze vraag wordt duidelijk uit hetgeen wij vroeger over de onveranderlijkheid der verkiezing en de volharding der heiligen gezegd hebben. Dus: wanneer de uitverkorenen eenmaal waarlijk tot de kerk der heiligen zijn gekomen, kunnen zij soms wel afvallen, doch nimmer scheiden zij geheel en tot den einde toe van haar. Niet geheellijk, omdat zij nooit zoo afvallen dat zij vijanden worden van God en de kerk; niet tot den einde toe, omdat zij niet volharden in hun afval, maar eindelijk gewis tot bekeering komen. „Het gekrookte riet zal hij niet verbreken, en de rookende vlaswiek zal hij niet uitblusschen," Jesaja 42 : 3; „En niemand zal ze uit mijne hand rukken,"

Sluiten