Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen te mogen spreken van dien eenigen Heiland, omdat hij zelf weet dat alleen die Heiland ook kern behouden kan; een man, die zijne kracht verwacht alleen van Gods genade, bij de overtuiging van eigen onmacht tot eenig goed werk ter eere Gods. Wij achten dat voorrecht groot, en kunnen er onzen God niet genoeg voor danken, want 't geeft ons te meerdere vrijmoedigheid om onze kinderen tot hem te zenden, te meerdere vrijmoedigheid ook om te pleiten op 't woord des Heeren, dat op den arbeid zijner gaarne gewillige dienaren zegen belooft. Indien het oog van onzen onderwijzer gedurig mag zijn op den getrouwen Bondsgod, wiens oogen zijn over degenen- die op zijne goedertierenheid hopen, niet waar? M. H.! dan weten wij 't, zal die God zijne hulp aan zijn persoon en zijnen zegen aan 't onderwijs niet onthouden, maar onze school maken tot een Beth-El, een huis Gods, tot een lente des geklanks, waar zijn naam en de naam des Zoons en des H. Geestes geƫerd wordt ook onder de mededeeling der eenvoudigste kundigheden. Welnu, leeft die behoefte bij u, mijn vriend! gelijk ik vertrouw, dan zal uw God u sterken in uw werk, dan kunt gij rekenen op zijn zegen en op de liefde van allen aan deze plaats, die geleerd hebben te bukken voor dat zelfde Goddelijke Woord, hetwelk gij aan de kinderen begeert te brengen naar den aard der roeping, die u is opgedragen!

Zal er echter zegen op het Christelijk onderwijs mogen verwacht worden, Gel.! dan moet er in de tweede plaats zijn eene gemeente, die bidt. Dit is van het hoogste belang. Wij weten niet, hoe 't hiermede is op andere plaatsen, maar wel gelooven wij dat juist hierin de gemeente ligt onder een zware schuld. Wij gelooven, dat op menige plaats de school niet leeft in het hart der gemeente, dat er menigmaal veel te weinig band, ook gemeenschap des gebeds is tusschen die beiden. Moge het hier anders, beter zijn! Het is niet genoeg dat er een school met den Bijbel opgericht wordt, en dat men voor die school van tijd tot tijd een gave offert, om haar naar vermogen te steunen, indien voor die school geene plaats is in het gebed dier zoogenaamde vrienden en voorstanders.

Sluiten