Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, Rabbi! al werden ze ook allen aan u geërgerd, ik zal aan U niet geërgerd worden; neen, al moest ik met U sterven, toch Heere! blijf ik U eeuwig trouw!" zoo sprak hij. En ziet t slechts weinige uren daarna is het geheel anders. Toen hij op verren afstand zijn innig geliefden Meester volgde, Die door de bende werd voortgeleid, met zwaarden en stokken gewapend, en hij in het voorportaal de gerechtszaal bespiedde, toen klonk het woord hem tegen: „Gij zijt ook een van den Nazarener" waarop hij tot driemalen toe het loochende, en zeide: „Zoo waarachtig als ik leef, ik ken den mensch niet"

Ziet gij hier uw beeld niet, geloovige! herinnert gij u met ons ook zulke oogenblikken in uw leven, sedert gij het eigendom van Christus geworden zijt? O hoe menigmaal was het: „Neen, Heere! ik blijf U trouw, ik zal in eeuwigheid niet wankelen!" terwijl een oogenblik later de verzenen tegen de prikkelen werden geslagen? Hoe was het heden: „Heere! niet mijn wil, maar de Uwe geschiedde!" en morgen: inspanning van alle vleeschelijke krachten om onzen eigen weg te gaan? Nu: „Ja, Hee^e Jezus! gjj weet alle dingen; Gij weet, dat ik U liefheb." Straks: „Zoo waarachtig als ik leef. ikkennedien mensch niet!" Heden: „Kom, Heere Jezus! ai! kom haastig'. Morgen: „Laat mij eerst mijn vader begraven ?" Wel mocht de apostel Paulus het uitroepen, en alle kinderen Gods zeggen het hem na: „Ik, ellendig mensch! wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods?" maar in het volle bewustzijn, dat de genadegiften Gods onberouwelijk zijn, laat hij en laten zij allen er in éénen adem op volgen: vIk danke God, door Jezus Christus, mijnen Heere!'''

Ja, door Jezus Christus! „[7, die gelooft, is Hij dierbaar sprak Petrus. Hij had in groote mate de dierbaarheid van zijnen Meester ondervonden. Toen hij weende bij het hanengekraai, toen zijn hart brak bij het lijden en den dood van den Ge-

Sluiten