Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en noch koud noch heet, zal Ik u uit mijnen mond spuwen."

Verschrikkelijke bedreiging aan de gemeente van Laodicéa en aan allen, die noch koud zijn noch heet. — Wat zal 't u baten of gij ter kerke gaat, of gij Avondmaal viert, als gij het slechts doet uit sleur of gewoonte? Wat zal u uwe belijdenis der lippen baten, indien uw hart er geen deel aanheeft? En is het geene lauwheid, geene lafheid wanneer een krijgsman zijn Koning hoort lasteren en deze zwijgt uit verdraagzaamheid. Is het Christelijke liefde of is het lauwheid en onverschilligheid omtrent zijnen Koning, omtrent de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, wanneer men hoort hoe de eer vau Christus wordt aangerand en Zijn verlossingswerk verlaagd tot een martelaarskroon, en men bij dat alles zeggen kan: Ik eerbiedig ieders overtuiging; gij meent het zoo en ik anders in den Bijbel te lezen, welnu ik reik u de broederhand." Wij sidderen hem broeder te noemen, die Gods eeuwig onfeilbaar ^ oord verdraait en verminkt naar zijn eigen bekrompen verstand en de rede wil laten spreken, waar het alleen op gelooven aankomt. Och! laat ons toch dagelijks bidden, dat de Heere aan elk onzer Zijne belofte vervulle, die Hij beloofd heeft: „dat alle Zijne kinderen van Hem zeiven zullen geleerd ~ijn. Verre dan van ons twist en scheuring, maar nog veel verder lauwheid en onverschilligheid. Het „wee" wordt er over uitgesproken! „Ik zal ze uit Mijnen mond spuwen," spreekt de Heere.

En Johannes zag het Lam dat op den Troon zat, dat alleen waardig was het Boek met zijne zeven zegelen te ontsluiten:

„En 't kwam en nam de heiige Blaan,

Uit handen van den Troonbekleeder,

Daar bogen zich de Dieren neder,

Daar baden de Oudsten 't Godslam aan!

Sluiten