Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den giftbeker konden het lichaam dooden van den Godsgezant, de Heere was een vurige muur rondom hem; zijne aardsche loopbaan moest hij geheel en al uitloopen, naar den bepaalden raad des Heeren. En door deze en dergelijke wonderen werd de leer, die hij en alle met den Heiligen Geest gedoopten leerden en beleden, bekrachtigd, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is: „De aarde zal vol zijn van de kennisse des Heeren, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken."

Johannes had dus ook geenszins te vreezen voor degenen, die het lichaam dooden, daar hier hunne onmacht bleek tegenover 's Heeren almacht. Een rustig sterfbed was hem toebereid; zijn Vader in den hemel wilde met eigen hand zijn aardschen tabernakel afbreken. Zacht en kalm en in vrede is hij gestorven, acht en zestig jaren nadat de dood door zijnen Heere en Koning ook voor hem was verslonden tot overwinning!

Wie zou het betwijfelen of wij den vromen Johanne3 ook een kind van God mogen noemen? Slaan wij een blik terug op zijn leven, dan wordt het hierboven gezegde in hem bevestigd: kinderen Gods gehaat, kinderen des toorns geliefd bij de wereld. Wat hebben zij den Godsman vervolgd, gehoond, gesmaad. „Welnu", zal men zeggen: „is dat zoo verkieselijk? mij dunkt, in eer en aanzien bij de wereld is verre weg te begeeren." Ja, zoo oordeelt de wereld, maar de Heere Jezus heeft, gesproken: „Zalig zijt gij, zoo gij gehaat wordt om Mijnts naams wil!" En dit is dan ook de schaduwzijde slechts van het leven der kinderen Gods; maar let eens op de lichtpunten! Hunne zonden zijn weggevaagd als een morgenwolk; het bloed van het Lam Gods heeft hunne zielen gereinigd van eiken smet; hunne ongerechtigheden zijn op dat Lam aangeloopen.

Sluiten