Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij zoude loochenen, dat Jezus de Christus was en dat hij de kracht Zijner opstanding zoude verzaken. Daartoe brachten de overpriesters, Schriftgeleerden en Farizeën hem op de tinne des tempels, ten tijde van het Paaschfeest, om hem, ten aanhoore van het gansche volk, zijn geloof te doen afzweren. Doch Jakobus, daar staande, verhief zijne stem en beleed met volle vrijmoedigheid, dat Jezus is de Christus, de beloofde Messias, de Zoon van God, onze Zaligmaker, en dat Hij als de Zoon des menschen is gezeten ter rechterhand der heerlijkheid Gods, van waar Hij komen zal op de wolken des hemels, om te oordeelen de levenden en de dooden. Toen loofde en prees het gansche volk Jehovah en riep met luider stemme: „Hosannah, den Zone Davids", waarop de overpriesters, in blakende woede hem van boven nederwierpen en den getrouwen Evangeliedienaar steenigden. Doch als Hij van den val nog niet dood was, maar alleen de beenen gebroken, heeft hij, op zijne knieën liggende, gebeden voor degenen die hem steenigden, zeggende: „Heere! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." En als een der -overpriesters zag en hoorde dat hij bad voor zijne vijanden , zeide deze: „laat af van hem te steenigen, want ziet de rechtvaardige bidt voor ons." Doch een der omstanders, een stok in de hand houdende, heeft hem daarmede aan den slaap zijns hoofds- geslagen, zoodat hij op hetzelfde oogenblik gestorven is. Dit geschiedde in het jaar 63, het zes en negentigste jaar zijns ouderdoms.

Zoo stierf dan deze Godsman zooals hij geleefd had, zoodat zijne vijanden hem den toenaam van „de rechtvaardige" niet onthouden konden. En terwijl hij bad voor zijne vijanden en eenige oogenblikken daarna in de vreugde zijns Heeren inging, heeft hij eene liefelijke reuke achtergelaten en blijft hij spreken nadat hij gestorven is. Mochten er vele Jakobussen gevonden worden, niet zoo vaak werd dan de naam van Christus gelas-

Sluiten