Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij zegt, dat God geene wonderen meer doet. Och! neen! uw god doet geene wonderen, maar hij]heeft ze ook nooit gedaan, maar de God dezer weduwe is de God van Abraham, Izaiik en Jakob, Die het gesproken heeft: nik zal zijn, die Ik zijn zal; Ilij is en Hij blijft dezelfde tot in eeuwigheid." Maar, bedenk, eer gij uwe schuld mocht verzwaren, wat die God gesproken heeft: BOordeelt niet, opdaVgij niet geoordeeld wordt" en elders: „Die)Mijn volk aanraakt, die raakt Mijn oogappel aan." Gelooft gij niet die bijzondere openbaring van den Heere der gemeente aan de leden Zijner kerk, och! dan is het een bewijs, dat gij nog geene kennis hebt aan die innige gemeenschap met Christus, evenals de rank met den wijnstok, als het Hoofd des lichaams met de leden vereenigd is. en wij bidden u van ganscher harte toe, dat gij tot die kennis geraken moogt; want gij zijt door dat gemis, verstoken van dien vrede, die alle verstand te boven gaat. Niet dat allen, die in Hem gelooven en met Hem vereenigd zijn van zulke buitengewone openbaringen kunnen getuigen. O neen! maar zij zullen toch nimmer die ervaringen van anderen in twijfel trekken en kunnen toch altijd zeker iets mededeelen, van hetgene de Heere aan hunne ziel gedaan heeft en weten te spreken van het verbond dat is opgericht, tuschen de God van Bethel en hunne ziel.

Maar nog een woord voor u, geloovige! die meermalen dergelijke buitengewone zegeningen ondervinden moogt. O ! wij bidden u, waakt! er is een klip waarop zoo velen stranden. Het is zoet en liefelijk, nu en dan verkwikt te worden, om het zoo eens uit te drukken, met een granaatappel of een druiventros uit het beloofde land, doch het is gevaarlijk voor de ziel om hiervan een grond te maken, alsof wij daardoor de vaste verzekering ontvingen, dat wij niet konden verloren gaan. Bedenk, dat er maar één grond is, waarop wij pleiten kunnen en mogen, en die is: „Gods genade in Christus." Christus en

Sluiten