Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op Jezus ziet als het Lam Gods, dat de zonden der wereld, dat uwe zonden wegdraagt, zoo lang gij Hem niet erkennen leert als één met God den Vader en met God den Heiligen Geest, zoo lang kunt gij nog niet met Philippus uitroepen: „ Wij hebben Hem gevonden!"

"Wat beklagen wij u, arme mensch! die daar omdwaalt in eene woestijn; die voor, noch achter, boven noch beneden u geene enkele lichtstraal aanschouwt; die omringd zijt door allerlei sissend en kruipend ongedierte; die hier de beet van eenen adder, daar het venijn van eene hagedis te vreezen hebt; die het nachtelijk gevleugelt om uw hoofd hoort fladderen, en zoo uilen en vledermuizen tot uw innigste gezelschap hebt; die u niet verwonderen kunt wanneer huilende wolven en hongerige beeren u op uwen dorren, zanderigen weg ontmoeten. Ziet, daar gaat gij heen zonder gids op uwen onzekeren weg, zonder pelgrimsstaf, die uwen voet voor wankelen hoeden kan. Uw oog, duister geworden door de u omgevende duisternis tuurt en staroogt naar een enkele lichtstraal, een enkele star in dien nacht, maar neen, alles is, alles blijft duisternis. Maar ja, daar wendt gij uwen blik zijdelings henen; o vreugde! daar ziet gij licht! daarheen richt gij uwe schreden; gij komt al nader en nader, en hoe meer gij nadert, hoe meer gij u zeker waant van uwe redding. Maar ... al flauwer en flauwer schijnt het nieuwgevonden licht, totdat... totdat gij ontwaart, dat ge u bedrogen hebt en het slechts dampen zijn, die uit een of andere moerassige plek gronds opstijgen en lichtjes, dwaallichtjes veroorzaken, die uw pad nog treuriger en akeliger maken. Op nieuw gaat gij voort; even onzeker, even somber, even donker is en blijft uw pad. Al hobbeliger en hobbeliger wordt de weg, totdat gij eindelijk langs rotskloven en afgronden dien vervolgen moet en uw onbestemd leven in een derzelver eindigt.

Sluiten