Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorzoekend God de teederste drijfveeren van dat hart leert kennen. Wanneer uw godsdienst van den echten stempel is, dan zal er een merk op staan en dat merk is: „verbreking des harten en verbrijzeling des geestes."

Maar laat ons de tweede bezoeken waarvan wij spraken. Het was ook eene oude vrouw. Reeds op haar vijfde jaar, zoo kon ze getuigen, had de Heere aan haar hart geklopt en een aandrang tot het gebed in haar gewerkt, die haar toen reeds de eenzaamheid zoeken deed. Hare natuur was tegenovergesteld van die oude vrouw, van wie we daar zoo even spraken. Zoo lief en vriendelijk de eerste was, zoo hard en eigenzinnig was deze. Doch de natuur komt in den hemel niet; de Heere is vrij uit welken klomp Hij een vat ter eere formeeren wil of een vat ter oneere. Deze ougefatsoeneerde klomp dan nam de Heere in Zijn vrijmachtig welbehagen en heeft dien tot eenen levenden steen gemaakt in Zijnen geestelijken tempel. Oud van dagen en zat van onrust zat ze jaren te wachten op het einde. Zoo mocht ik ze menigmalen bezoeken en wauneer ze mij zag, dan verhelderde haar oog en altijd was het dezelfde klacht: ,.;Ik heb zooveel zonden. Zou de Heere toch wel op zulk een monster kunnen nederzien?" En dan mocht ik haar uit den goeden schat mijns harten de kenmerken vau ware en valsche genade voorhouden en niet zelden was er een of ander punt, waarbij ze bepaald werd en eene goede hoop in haar bart verlevendigde. Zoo menige traan mocht ik uit hare doffe oogen zien rollen; tranen van liefde tot den Heere Jezus; hoe menigmaal mocht ik ze hooren uitroepen: „Geef me Jezus, of ik sterf," terwijl het niet zelden mocht gebeuren, dat bij het eindigen de taal des geloofs uit hr.ren mond gehoord werd. Dan sloeg ze hare bevende armen om mijnen hals en kuste mij zoo recht hartelijk en zeide dikwijls: „Och! zouden wij elkander daar boven wederzien; wat zal 't bij Jezus heerlijk wezen."

Sluiten