Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie de Kerkelijke Courant niet gelezen heeft, wie de classikale vergaderingen niet bijwoont, zal waarschijnlijk van de verandering niets bemerken.

Yragen wij voorts naar de houding van de synode, naar de stemming, de bedoelingen van de meerderheid harer leden — ook dan zal het antwoord voor ons niet zeer bemoedigend wezen. De synode heeft haar best gedaan om de beteekenis van haar voorstel zooveel mogelijk te verzwakken. De modernen worden verzocht zich over dezen stap niet te zeer te verontrusten. Immers, „het geldt hier niet de zaak der leervrijheid, waarvan de meesten hunner zich voorstanders verklaren, maar slechts eene kerkelijke handeling."

De voorgestelde verandering ontleent hare beteekenis alleen aan het beginsel, dat in en met de wettelijke vaststelling van de formule geproclameerd wordt. Hoe luidt dat beginsel ?

De leervrijheid zal voortaan eene grens hebben; zij zal zich niet mogen uitstrekken, tot eene, althans niet tot deze, kerkelijke handeling.

Men mag over den Heiland, over de Schrift, den doop, de Drieëenheid denken en spreken zooals men zal kunnen goedvinden; men mag zooveel of zoo weinig beteekenis hechten aan de formule, haar toelichten zoo als men wil, — aan de woorden der instelling zal men zich moeten houden. — De kerk schrijft dit voor, al het andere laat zij slechts toe, wat men verder gelieft te zeggen of te doen, zegt en doet men, niet in haren naam, maar voor eigene rekening.

Welke dan ook de drijfveer geweest is, die tot de vaststelling van de formule geleid heeft, alles wat er werkelijk in het voorschrijven van die woorden opgesloten ligt, heeft men stilzwijgend, wetend of onwetend aanvaard. De volle beteekenis van dat gebruik zal vroeger of later, onder den invloed van omstandigheden , helder in het licht gesteld worden.

Sluiten