Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geachte Toehoorders!

Gelijk u bekend is, strekt mijn optreden in dit uur niet ter Bediening van het Woord, maar is éénig doel van ons samenzijn, den zegen van het ïïooge en JEeuwige Wezen af te smeeken over de eenige Hoogeschool hier tb lande, die nog op den grondslag van zijn Heilige Schriftuur staat. Ook zoo volg ik echter het loflijk gebruik, om de leidende gedachte, van wat ik u ter inleiding op dat gebed zeggen ga, in een woord, uit die Schriftuur genomen, aan te duiden ; en veroorloof mij daartoe, u naar Daniël II: 43 te verwijzen, t. w. naar hetgeen in die uitspraak zoo beslist wordt uitgesproken omtrent de onvermengbaarheid van IJzer en Leem.

Ge leest daar deze woorden: „En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menschelijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander toch niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt."

Nu bepaal ik mij tot die laatste woorden: „gelijk als zich ijzer mei leem niet vermengt"', laat voorts, als ditmaal niet tot uitlegging des Woords geroepen, het verband rusten; en neem van Daniëls lippen slechts deze principiëele gedachte der Heilige Schriftuur over, dat ook onder menschen, wat andersoortig is, niet duurzaam kan hechten, zoomin als ijzer duurzaam hecht aan leem.

Maar opdat, ook bij de inprenting van dit diepgaand en ver strekkend beginsel, onze hulpe in den Name des Heeren moge staan,

Sluiten