Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van tweeërlei leven, en dies treedt in Eva niet een duplicaat van Adam, maar een andere soort naast Adam, hem ter hulpe, op.

Vast staat dus dat God scheidingen in al het creatuurlijke heeft ingedreven, als afdruksel van die absolute scheiding, die Hij in stand houdt tusschen het creatuur en Zich. Maar hiermeê is niet genoeg gezegd. Immers Hij die scheidingen stelde, heeft ook verbindingen verordend. Creatuur staat niet naast creatuur buiten verband of aanraking. Veeleer moet er verband zijn; zoo echter dat ook dit verband niet willekeurig zij en er buiten God om kome, maar eeniglijk naar en krachtens Gods ordinantie. Hij die de grenzen insneed, weefde ook den band die het gescheidene hechten zou. Het zou al uitdruksel van zijn hoog gebod zijn, én in zijn deeling én in zijn hechting. Aan God die alle creatuur gescheiden had, stond het, en niet aan het gescheidene creatuur, om te bepalen: ndit kan kleven en dat niet, dit moet als saamhoorend het een aan het ander hechten, en dat moet als niet saamhoorend vreemd blijven aan elkaar". Man en Vrouw zullen elkaar aanhangen, maar IJzer en Leem hecht niet. Dit is Gods recht, zijn inzetting, zijn wet, waarvan de psalmdichter looft: „In alle ding heb ik een einde gezien, maar uw gebod is zeer wijd". Hier ligt de heerlijkheid der goddelijke harmonieën. Op Sion, de volmaaktheid der schoonheden, waar in profetische symboliek die scheidingen en harmonieën hersteld zijn, verschijnt God blinkende!

Maar zoo blijft het niet.

Er was daarboven nog een heel andere wereld dan deze aardsche; en in die hoogere wereld was een breuke geslagen, een scheur getrokken, een schisma bewerkt, een principiëele revolutie tegen God uitgebroken, — en door die gewelddadige storing der van God gestelde grenzen en harmoniën was er een macht ontstaan, die God niet geschapen had, t. w. de schriklijke, ontzettende macht der zonde. En de booze bezieler dier zonde is toen ingebroken in Gods paradijs en heeft een breuke geslagen in het hart van den mensch, een breuke juist doordien hij vermengen wou wat God gescheiden had. „Gij, creatuur, zult als God wezen"! was de leuze dervalsche vermenging van God en mensch, waardoor die schriklijke breuke tusschen God en mensch tot stand kwam. En toen is van uit het hart van den mensch die scheur, die breuke, die revolutie doorgetrokken tot al het geschapene, en is op aarde deze diepe zonde

Sluiten