Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voltooid: dat het creatuur juist uit elkaar brak wat God vereenigd had en juist vermengde wat God had gescheiden, en dat alzoo eene valsche wet wierd gesteld, vlak tegen Gods hoog gebod in.

En wat heeft, naar luid van Gods heilig Woord, het eeuwige Wezen toen gedaan ? Volgt er nu in de Schrift van Gods zij berusting in die breuke, een wijken voor die revolutie, en een zwichten voor die valsche vermenging? Neen, zeg ik u, maar vlak omgekeerd wordt door God den Heere nu breuke tegenover breuke gesteld, om die ongoddelijke vermenging te stuiten. Genade komt, maar genade door scheiding en losmaking, door verbreking en schifting, door uitverkiezing en overzetting. Want nu komt het er op aan, niet slechts, om, wat God gescheiden had, weer uiteen te warren, maar ook om, al wat des Heeren is, finaal a.f te scheiden van dat duivelsche dat in het creatuur indrong, t. w. van de zonde.

Vandaar treedt nu Gods heiig Wel in bestrijdenden vorm op. En wel in twee tafels. De ééne om uiteen te houden wat niet vermengd mocht worden, t. w. de hoogheid Gods en de vermetelheid des menschen. De andere om scheiding te beletten, waar God saam had gevoegd, door het te keer gaan van doodslag, echtbreuk, diefstal en dergelijke. Of rijker, bezielder gezegd: God stelt tegenover Satan het Wonder in den Immanuël, om door hem te scheiden wat uiteen moet, en te vergaderen wat saam hoort. En als die Immanuël komt, dan heet het: „Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard en om den mensch tweedrachtig te maken". En zoo gaat dan bij den voet van het kruis heel deze schepping in tweeën uiteen. Niet geleidelijk, maar breuke tegen breuke, door het telkens inbrekend wonder, door het inbreken vooral bij Jezus1 opstanding, en nu nog door de breking der wedergeboorte, gaat altoos het kaf van het koren, het ijzer van het leem!

En dit niet alleen, maar ook op al den weg naar dien Immanuël toont ons de Heilige Schrift aldoor een rusteloos scheiden, een uiteenbreken en een tegengaan van alle valsche vermenging. „Door menschelijk zaad'', d. w. z. door den samenhang der familiën en gezinnen, poogt altoos weêr de valsche vermenging zich te handhaven, maar de Heere gunt haar geen ruste. Altoos weêr moet door zijn godlijk doen en op zijn last het leem van het ijzer afgetrokken. Zóó niet kleefde het broederbloed aan Kaïns hand, of hij moest weg van Adam, gelijk Adam na zijn val weg moest uit het paradijs,

Sluiten