Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerk, als er ten slotte gebroken moet worden met machthebbers, die den Christus in zijn eigen kerk tot een nietsdoend Koning, een echten Hoi fainëant, verlagen. En zoo ook op het erf der wetenschapppen, als alle man van wetenschap het geklank des Konings verwerpt en de Christus niet meer lieerschen kan als Koning óók in het rijk der Waarheid!

En dat nu, het zij met diepe zelf beschaming en verkwijnenden dank aan den Yerkiezenden God uitgesproken, dat nu doet de Christus bij ons wel. Hij geheel. Hij alleenlijk. Voor Hem, als onzen Koning, ook in het rijk der wetenschappen, buigt elk onzer weêr in diepe eerbiedenisse de knie.

Het pleit staat dus zoo scherp mogelijk, M. H.!

Aan de vier Overheids-academiën in het Statuut met geen syllabe de eere Christi gekend, in het Schema de Christus onvoorwaardelijk verworpen, en onder de breede schare van Hoogleeraren bijna niemand meer, wien het „Mijn lieer en mijn God!1 van Thomas over de bewonderende lippen komt. En bij ons daarentegen in het Statuut der school de Heere als Oppermachtig gebieder ook in het rijk deiWaarheid gehuldigd, heel ons Schema van onderwijs naar zijn richtsnoer getrokken, en niemand, volstrekt niemand, 'tzij onder Bestuurderen, of Yerzorgeren, of Hoogleeraren, die niet van ganscher harte het aan Petrus nazegt: „Heere, tot wien anders zouden we henen gaan, Gij alleen hebt de woorden des eeuwigen Levens!"

Wie nu alzoo den Christus niet verloochent, maar belijdt voor de menschen, van zulk een getuigt Gods Woord ons, dat ook hij niet verloochend wordt door onze Voorspraak bij den Troon.

En zoo weten we dan M. H., dat er voor de School, die ons hier saambracht omdat ze onze liefde heeft, ook daarboven een Bidder, een heerlijk, vorstelijk Voorbidder is. En daarom, al had men ons hier ook alle kerken toegesloten, desnoods zou ik gezegd hebben, laat ons dan onder het loverdak van het Bosch saamkomen, of, moet het, in het open veld ons saam vergader en, want gebeden may en gebeden moet er worden voor die zoo kleine en zoo fel bedreigde stichting, die het met den naam van den Christus heeft gewaagd.

o, Zij er dan niet slechts vormelijk gebed, maar veel waarachtig bidden, M. H. Dat zij, die het roepen en het kermen voor den Heere verstaan, in hun ziele met ons mogen smeeken. Zij het een aanloopen van den Heere als een waterstroom. De zake die het geldt grijpt zoo

Sluiten