Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er omstandigheden, en verhoudingen zijn, die den mensch, naar Gods beeld geschapen, verlagen ; die het hem schier onmogelijk maken (ik spreek naar den mensch) zijner ziele zaligheid te bewerken irïet vreeze en beving, gelijk het hem, naar goddelijke' roeping, betaamt; die het geestelijke leven verstikken, de laagste hartstochten vroegtijdig ontwikkelen, de lichamelijke reinheid zelfs (die niet geheel zonder belang is voor de reinheid der ziel) grootendeels belemmeren en die schier fataal ter helle nederdrukken. De van God gewilde ongelijkheid of verscheidenheid dient ootmoedig te worden aanvaard, en geheel onze bespreking van dezen morgen zal in die richting uw gewijde aandacht sturen : maar de ongelijkheid die als een vrucht van menschelijke zelfzucht, boosheid en schraapzucht dient te worden beschouwd, en die door zorgeloosheid, luiheid en onwil ten sterkste wordt bevorderd, moét uit alle macht door ons worden gebrandmerkt en bestreden.

Ouders, die met zooveel zorg uw lieve kinderen omringt, wat zoudt gij zeggen, zoo die kleinen aan de onreinheid van zekere sloppen en stegen waren blootgesteld ? Hebt ge dan nimmer gezien de pestholen der zonde, waar, vanaf de geboorte, de ziel zich wentelt in het slijk, gelijk het lichaam er door de grootste onreinheid wordt bezoedeld, met ongedierte overdekt ? Hebt ge daar vrede mee ? Zoudt ge dat durven goedpraten met een beroep op het Evangelie ? Is hier gelijkheid in den strijd om het behoud zijner ziel, om het behoud ook zijner menschelijke waardigheid ? Schande over den prediker, die niet tegen die ellende zou toornen ; over den geloovige, die zich daarbij zou kunnen neerleggen met de overweging, dat er nu eenmaal verscheidenheid moet zijn op elk gebied! Wel verre van in de achterhoede te blijven in den strijd om verbetering van maatschappelijke toestanden, in de bange worsteling om gelijkheid van rechten, om gerechtigheid en waar heid, moest de Kerk, moesten de geloovigen in de eerste gelederen hun plaats zoeken, moesten zij de voorhoede uitmaken, moesten zij toonen, dat de eerbiediging der rechten Gods ook de erkenning van de rechten des menschen onvermijdelijk medebrengt, en dat het Evangelie —■ dat alleen ware vrijheid predikt, alleen oprechte broederschap kweekt — ook alleen

Sluiten