is toegevoegd aan uw favorieten.

De artikelen van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acht geve op datgene wat van binnen in hem omgaat. En waar God daarentegen beschikt, dat het den mensch uiterlijk goed gaat, daar is ook weer de duivel er bij, opdat hij den mensch lichtzinnig make, zoodat bij huppelt en in zijn overgeloof over de diepste afgronden heengaat, en hij weet het niet; hij waant gezond in het geloof te zijn, en het hart, die onreine poel, staat open, en al die schrikkelijke dieren komen er uit voort; de mensch echter pantsert zich in zijn gewaand geloof.

M. G. ik weet niet hoe lang ik nog hier zal wezen, maar één ding weet ik: dat het waarheid is, hetgeen de Heere Jezus zegt van het menschelijke hart, en ook wederom dat hij die met een goed geweten voor God en menschen wandelt, en met zulk een hart tot God zijnen Schepper komt, aangetrokken wordt tot hel harte des Vaders, en het ook beleeft en ondervindt, hoe de Vader een Vaderharte heeft, en als gij bang en sidderend tot Hem komt, tol u zegt: »Mijn kind, wat wilt gij? Ik ben uw Vader, gij, Mijn kind, gij zult alles hebben!"

Ik herhaal het nog eenmaal: het is niet genoeg het zoo maar losweg te bekennen, dat deze dingen uit het harle voortkomen, dan leeft de mensch nog altijd in zijn dagelijkschen gang. Neen, er moet achting zijn voor Gods Wet, een beven voor Zijn Woord, dan zal de mensch komen tot God; want waar waarachtige zondennood is, daar is een drijven en een trek tot den Vader. Dan wordt alle uiterlijke nood klein tegen den innerlijken, en juist den innerlijken nood zendt God in het. huis, opdat het kind belijde, wat wij als volwassenen niet meer belijden kunnen, tenzij dat wij worden als de kleine kinderen: »Ik geloof in God, den Vader, den Almachtigen Schepper des hemels en der aarde."

Wel, > ik geloof in God den Vader." — Is Hij dan Vader? Dat heeft de Heere Jezus gezegd! Ik mag mij niet laten terug houden door hetgeen de duivel zegt, door hetgeen de wet, het geweten zegt; zij schreeuwen allen: „Neen, neen, gij zijt verloren!" Maar in de treurigheid, in de verbrijzeling des harten, waar ik dit voor mij heb: »Uit het harte komen voort al deze gruwelen," daar verzink ik meer en meer in den nood. Ik heb bij dezen tekst een Kapittel links, en dit zegt mij, dat de Heere Jesus met vijf brooden vijfduizend mannen heeft gespijsd; en rechts heb ik een Kapittel, daar lees ik: met zeven brooden verzadigde Hij vierduizend mannen. Zoo heb ik deze beide getuigenissen, en nu lees ik recht voor mij: »Uit het harte komen al die dingen voort;" het ergste hoovaardij, nog erger: onverstand.

Het schepsel beroeme zich niet tegen zijnen Schepper, noch leem en aarde tegen den pottebakker! Onverstand is oorzaak dat men