is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare broeders te dooden, en moeders zouden hare dochters vermoorden, zonder dat iemand er aan dacht tusschen beide te komen. Dat wij menschen zijn en het eene voor goed en het andere voor kwaad honden, is louter toeval of, wat op hetzelfde neerkomt, blinde noodzakelijkheid. Geen enkel zedelijk gebod is volstrekt. Alles is betrekkelijk. In eene andere maatschappij zou goed kwaad, zedelijk onzedelijk, waarheid leugen zijn. Als de maatschappij, zegt Ihering in zijn beroemd werk Der Zweclc ha Beeld, bij de leugen meer voordeel had dan bij de waarheid, zouden beide hare plaats moeten verwisselen. De mensch is er immers niet om de waarheid, doch de waarheid om den mensch, gelijk ze ook uit en door hem is. De eeuwigheid der zedelijke wetten, verklaarde Wundt daarom op zijn standpunt terecht, bestaat alleen in haar eeuwig worden.

Daarom ontbreekt het in deze moraal ook aan eene zedelijke autoriteit. Want de maatschappij, de menschlieid, de wil der gemeenschap, of hoe men het noemen moge, kan 's menschen zedelijke wetgever niet zijn. Alle menschen zijn als menschen aan elkander gelijk; niemand heeft van nature gezag over den ander; mijn ja heeft evenveel recht als het neen van eiken, van tien en honderd anderen. Er is daarom niet de zwakste grond aan te voeren, waarom de maatschappij mij verplichten kan, haar wil te doen. Het gaat hier niet over dwang, maar over zedelijke verplichting. Dwingen kan de meerderheid de minderheid wel en ze doet het menigmaal. In de historie viert telkens het recht van den sterkste zijn triumf. Maar dit is juist volgens aller overtuiging met de wetten der moraal in strijd. Hier, op dit terrein, is alle dwang uitgesloten en heerscht de vrijheid alleen. Met welk zedelijk recht, op welken grond, op welke wijze kan de maatschappij mij dan verplichten, 0111 haar wil te doen ? En hoe kan ik in