Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze aan de heidensche stof den geest der jeugd gescherpt. De onontbeerlijkheid van die leerstof werd maar al te goed ingezien door Iulianus Apostata, toen hij in 362 het schoonschijnende edict uitvaardigde, dat de Christelijke leeraren geen klassieke schrijvers bij het onderricht mochten gebruiken. Hij wist maar al te goed, dat hij daardoor elk onderwijs geheel onmogelijk maakte en dat zijn bevel gelijk stond met het verjagen van de Christelijke rhetoren van hun katheders. Een naieve poging tot revanche ondernam Apollinaris van Laodicea, daardoor demonstreerend, hoe elk onderwijs gebonden was aan de oude literatuurvormen. Immers hij bracht de geschiedenissen van het Oude Testament tot op Saul toe over in Homerische verzen, verdeeld in 24 boeken, maakte Christelijke comedies in den stijl van Menander, tragedies in dien van Euripides, bootste de lyriek van Pindarus na en verwerkte de evangeliën en de apostolische dogmata in den vorm van Platonische dialogen. Dat zijn poging mislukte, blijkt reeds uit het feit, dat van al dit maakwerk geen letter over is.

III.

Wat den stijl betreft, dien de Christelijke auteurs in hun werken gebruiken: daarin betoonen zij zich kinderen van hun tijd, in welken een geschrift meer getaxeerd werd naar zijn vorm dan naar zijn inhoud. Zij moesten in hun stijl zich wel aanpassen aan de heerschende opvattingen, wilden ze gelezen worden. Bovendien was hun zelf door het jarenlange rhetorische onderricht de nauwkeurige verzorging van den stijl tot een tweede natuur geworden. De eenvoudige taal van de Heilige Schrift stootte, wanneer het niet in de eerste plaats om den inhoud te doen was, vaak af: toen Augustinus haar begon te lezen scheen ze hem „indigna, quam Tullianae dignitati conpararem". De heidenen namen alleen reeds om den uiterlijken vorm der Schrift geen kennis van haar. „Haec imprimis causa est," zegt Lactantius (div. inst. V, 1) ,,cur apud sapientes et doctos et principes huius saeculi scriptura sancta fide careat, quod prophetae communi ac simplici sermone, ut ad populum, sunt locuti. contemnuntur itaque ab iis,

Sluiten