Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIBLIOTHEEK ZENDINGSSTUDiE- R.

STAATKUNDIGE HERVORMINGEN IN NEDERLANDSCH INDIË

DOOR

H. COLIJN.

I.

In de laatste jaren zijn aan het Nederlandsche Parlement van tijd tot tijd een aantal ontwerpen van wet ter goedkeuring voorgelegd, die, meestal in den vorm van wijzigingen van het Indische Regeerings-Reglement, het scheppen beoogden van organen, waardoor de Indische bevolking tot deelneming aan het bestuur en de wetgeving van Insulinde zou worden in staat gesteld.

Deze staatkundige hervormingen zijn in wezen van eene geheel andere geaardheid en van eene veel verder strekkende beteekenis, dan alle overige door ons Parlement ten behoeve van Indië verrichte wetgevende arbeid.

Zij komen toch in den grond der zaak neer op niets minder, dan op eene geleidelijke toekenning door Nederland van een Charter aan Insulinde.

Een Charter, geen Constitutie; want deze organieke regelingen zijn niet, als daad van zelforganisatie door de Indische democratie krachtens eigen souvereiniteit geschapen, maar door de Nederlandsche autocratie, die Indië beheerscht, uit eigen gezagsvolheid en uit vrijen wil, aan de overheerschte volkeren geschonken.

Met dit grondkarakter dezer hervormingen staat hare buitengewone beteekenis in nauw verband.

Elk Charter toch bezit de eigenaardige tendenz, den heerscher, die het verleent, althans voor zooveel betreft de uitoefening van de daarbij aan het volk afgestane rechten, overbodig te maken. Dit maakt het, naar de ervaring leert, buitengewoon moeilijk, om achteraf ingrijpende wijzigingen in de eenmaal verleende grondrechten aan te brengen.

Want eenerzijds moge de verleener van het Charter zich, uitdrukkelijk of zwijgend, gewoonlijk het recht tot wijziging van dit Charter, geheel of gedeeltelijk voorbehouden, prac& en P. I, 6 11-12*

Sluiten