Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de dikwijls ongerechtvaardigde eischen van kleine groepen, die zich, vaak geheel ten onrechte, als de stem van jong Indië doen gelden. Het verwijt van reactionair ontkomt men op deze wijze wel, een democratisch plasdankje schiet er wellicht ook op over, maar een dergelijke abdicatie is in geen enkel opzicht in het werkelijk belang van de ontwikkeling der Indische democratie, welke slechts onder het historische tegenwicht van de Nederlandsche overheersching eene normale en levenskrachtige ontwikkeling hebben kan.

Niets zou daarom verderfelijker zijn dan wanneer onder invloed der associatiegedachten het geloof aan onze roeping ontijdig verslappen zou.

De bestuursregelingen, die aan het Regeeringsreglement van 1854 voorafgingen, stellen zich, zooals begrijpelijk is, zonder uitzondering geheel op het standpunt van den overheerscher.

In zoover de democratische desiderata der patriotten ook de koloniën beroerden, wenschte men geenszins aan de Indische volkeren de rechten en vrijheden toe te kennen, die men voor zichzelf opeischte. Hoogstens begeerde de opkomende bourgeoisie de exploitatie der Koloniën ten behoeve van eene olicharchie te vervangen door een exploitatie ten behoeve van het algemeen belang van „de natie'', zooals het toen heette.

Hoeveel onderscheid er dan ook moge zijn tusschen de verschillende regelingen, die tusschen 1798 en 1854 zijn uitgevaardigd, op één punt komen ze allen overeen : onverschillig of de macht over Indië werd toevertrouwd hetzij aan de uitvoerende, hetzij aan de wetgevende macht, hetzij aan den raadspensionaris, hetzij aan den vorst; zij allen beschouwen de Koloniën met de daarin wonende volkeren als een object, dat geëxploiteerd, en slechts derhalve ook geadministreerd moest worden.

Een uitzondering wellicht wordt slechts gemaakt door de Staatsregeling van 1798, maar zelfs die regeling, die overigens geheel stond op het standpunt van Rousseau, dat aan alle volkeren het souvereine recht van zelfbeschikking toekwam, kon het niet verder brengen dan tot de platonische verklaring, dat de republikeinsche beginselen ook in Indië moesten worden ingevoerd, maar plaatste praktisch toch de absolute macht in handen van eenen aan het uitvoerend bewind in Nederland onderworpen raad.

De moderne opvattingen braken eerst baan in het Regeeringsreglement van 1854.

Sluiten