Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel in zooverre, dat zelfbestuur een opvoedmiddel is tot autonomie, omdat, even als wie heeft leeren gehoorzamen , _ ?

daardoor tevens bevelen leert; hij die geleerd heeft de regelen door anderen gesteld getrouw uit te voeren, daardoor tevens - ' j.j(' , de bekwaamheid krijgt om zelf op zijn beurt regelen te >' »

stellen. Vandaar, dat zelfbestuur praktisch altoos leidt tot autonomie. Het principiëel verschil tusschen beide blijft echter altoos de verschillende richting van ontwikkeling.

Terwijl, gelijk reeds in aangetoond, uit historische gronden het heteronome gezag oorspronkelijk altoos centraal georganiseerd is, en zich derhalve noodzakelijk ontwikkelen moet in de richting van decentralisatie, liggen de oorsprongen der autonomie altoos verspreid als aan de peripherie van het wordende Staatswezen, terwijl hare natuurlijke ontwikkeling ligt in een centraliseerende richting.

Eerst door het elkander ontmoeten van beide tegenovergestelde ontwikkelingslijnen wordt het staatkundig systeem op organische wijze gesloten.

Trachten wij nu in de lijn der vorenstaande opmerkingen eene eenvoudige schets te ontwerpen van den toestand, zooals deze zal zijn na doorvoering van de thans reeds wettelijk aanvaarde en van de nog in ontwerp aanhangige hervormingen.

Decentralisatie van het centraal bestuur — werd hierboven gezegd — zou noodig zijn geweest ook indien de Indische maatschappij niet van eenig streven naar politieke zelfstandigheid had blijk gegeven. Zij is inderdaad een volstrekte eisch van den dag; een eisch, die over het geheele veld van bestuursvoering vervulling vraagt, voor Java en Madoera en voor de Buitenbezittingen. Voor de laatste in sommige opzichten meer zelfs nog dan voor de eerste. Hoe dringend noodig echter en hoezeer ook sinds jaren reeds van alle zijden bepleit, de tot dusver op den grondslag der decentralisatiewet van 1903 getroffen voorzieningen hebben in dat opzicht geene noemenswaardige wijzigingen gebracht en ook de Minister Pleyte, eenzijdig turend op de staatkundige zijde van het bestuursvraagstuk: de ontwikkeling van autonome organen, heeft in het onlangs door hem aanhangig gemaakt reorganisatieontwerp ') de beteekenis van eene algemeene decentralisatie als hierboven bedoeld voorbijgezien.

Ware het anders geweest, was het dien Bewindsman duide-

') Gedrukte stukken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zitting 1917—1918, 356.

Sluiten