Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34. Vr. "Wat heeft dan zijne Godheid hiertoe gedaan?

Antw. Zijne Godheid heeft door hare kracht die aangenomene menschheid alzoo gesterkt, dat zij den last van den toorn Gods tegen de zonde heeft kunnen verdragen, en ons daarvan verlossen.

35. Vr. Is Christus in den dood gebleven ?

Antw. Neen Hij; maar Hij is ten derden

dage opgestaan van de dooden tot onze rechtvaardigmaking; Rora. IV: 25.

36. Vr. Waar is Christus nu naar zijne menschheid ?

Antw. Hij is opgevaren ten hemel, en zit ter rechterhand Gods des Vaders, dat is, verheven in de hoogste heerlijkheid boven alle schepselen; Ëph. I: 20, 21.

37. Vr. Waartoe is Hij daar zoo hoog verheven?

Antw. Inzonderheid opdat Hij van daar zijne gemeente zoude regeeren, en onze Voorbidder zijn bij den Vader.

38. Vr. Is Hij dan niet bij ons tot aan het einde der wereld, gelijk Hij ons beloofd heeft? Matth. XXVIll: 20.

Antw. Naar zijne Godheid, majesteit, genade en Geest, wijkt Hij nimmermeer van ons; maar naar zijne menschheid blijft Hij in den hemel, totdat Hij eenmaal komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

39. Vr. Wat gelooft gij van den Heiligen Geest ?

Antw. Dat Hij te zamen met den Vader cn den Zoon waarachtig, eeuwig God is; en dat Hij mij van den Vader door Christus gegeven zijnde, wederbaart, in alle waarheid leidt, mij troost en in eeuwigheid bij mij zal blijven.

40. Vr. Wat gelooft gij van de heilige, algemeene Kerk?

Antw. Dat de Zone Gods uit het gansche mensehelijk geslacht de uitverkorenen ten eeuwigen leven, door zijn Geesten Woord, zich tot eene gemeente vergadert; waarvan ik geloof, dat ik een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.

41. Vr. Waar vergadert Hij deze Kerk?

Antw. Waar men Gods Woord recht

predikt, en de Heilige Sacramenten bedient naar de instelling van Christus.

42. Vr. Welke weldaden doet God aan deze gemeente?

Antw. Hij schenkt haar vergeving der zonden, wederopstanding des vleesches, en het eeuwige leven.

43. Vr. Wat baat het u nu, dat gii dit alles gelooft?

Antw. Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben.

44. Vr. Hoe zij t gij rechtvaardig voor God?

Antw. Alleen door een waar geloof in

Jezus Christus.

45. Vr. Hoe is het te verstaan, dat gij door het geloof gerechtvaardigd zijt?

Antw. Alzoo, dat alleen de volkomene genoegdoening en gerechtigheid van Christus door God mij wordt toegerekend, waardoor mij mijne zonden vergeven en ik een erfgenaam des eeuwigen levens word; en dat ik die niet anders dan door het geloof kan aannemen.

46. Vr. Waarom kunnen onze goede werken onze gerechtigheid voor God niet zijn, noch ook een stuk daarvan?

Antw. Daarom, dat ook onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.

47. Vr, Verdienen dan onze goede werken niet, die God nochtans in dit en in het toekomende leven wil beloonen?

Antw. Deze belooning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade.

48. Vr. Wie werkt dat geloof in u?

Antw. De Heilige Geest.

49. Vr. Door wat middel?

Antw. Door het gehoor van het gepredikte Woord; Rom. X: 14, 17

50. Vr. Hoe versterkt Hij dat geloof?

Antw. Door datzelfde gepredikte Woord,

en het gebruik der Heilige Sacramenten.

51. Vr. Wat zijn Sacramenten?

Antw. Heilige teekenen en zegelen, van

God ingesteld, om ons daardoor te verzekeren, dat Hij ons vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt, om het eenige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht.

52. Vr. Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het nieuwe Testament ingesteld?

Antw. Twee: den Heiligen Doop en het Heilige Avondmaal.

53. Vr. Welk is het teeken in den Doop?

Antw. Het water, waarmede wij gedoopt

worden in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

54. Vr. Wat beteekent en verzegelt dat?

Antw. De afwassching der zonden door

het bloed en den Geest van Jezus Christus.

55. Vr. Waar heeft ons Christus zulks toegezegd en beloofd?

Antw. In de inzetting des Doops, die aldus luidt: Gaat henen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen; onderwijst alle de volkeren, hen doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.

Sluiten